24 augustus 2018


Het is druk in de trein van Utrecht naar Groningen. Er stappen veel mensen uit, al dan niet met grote koffers of fietsen, de vele instappers staan al te dringen. Zodra ze de coupé betreden begint het landje veroveren, het terrein afbakenen. 

Mensen zitten graag alleen, dus zetten ze de handtas al snel op de stoel naast zich, ik ook. Of gaan aan het gangpad zitten, om zo medepassagiers af te schrikken. Sommige mensen gaan verder. Zetten koffers bij de beenruimte van de tweede stoel. Klappen niet alleen hun eigen tafeltje open, maar ook dat naast hen. 

Ik ken de andere kant maar al te goed. Later binnenkomen en je niet welkom voelen. Tassen die met grote tegenzin op schoot worden genomen. Armleuningen die snel omlaag worden geklapt om zo nog enige afstand te creëren. Dat je wel gaat zitten maar probeert zo licht en zo smal en zo onaanwezig mogelijk te zijn. 
Ik heb me dan ook voorgenomen om de ander dat gevoel niet te geven. Ik zit weliswaar graag alleen en zet daarom mijn tas meestal op de stoel naast me, maar zodra iemand oogcontact zoekt of aanstalten maakt om te willen zitten haal ik deze weg. Probeer ik daarbij niet chagrijnig te kijken, zelfs wat te glimlachen, even contact te maken om me vervolgens weer snel op mijn eigen bezigheden te richten, ervoor wakend dat de benen elkaar raken.

Dit keer komt er een vrouw naast me zitten van mijn leeftijd. Ik was aan het gangpad gaan zitten, omdat ik er bij de eerste stop al weer uit moet. Niets zo vervelend als aan het raam zitten, eruit moeten en degene naast je gaat niet in het gangpad staan om jou er langs te laten. Dan gaan hooguit de benen wat opzij en toch blijft het wurmen om er langs te komen en je tas daarbij niet door het gezicht van je medepassagier te halen.

Zodra de vrouw naast mij zit, vouwt ze een landkaart open, met daarop het noordelijk deel van ons land. Voor de voorbereiding van mijn vakantie ben ik vandaag ook nog met dat deel bezig geweest, maar dan op een laptop. Die kaart is wel veel leuker, ik zou er uren naar kunnen kijken. De vrouw heeft een notitieboekje in de aanslag. Kom ik met mijn Excell-sheet. 

Na een kwartiertje ben ik waar ik zijn moet en ik sta op om naar de deur te lopen. Ik ben niet de enige, het gangpad is al snel gevuld. De mensen die blijven zitten zetten snel hun tas weer op de stoel naast zich en klappen de tafeltjes naast zich weer uit. Bij het uitstappen staan al weer nieuwe mensen te dringen om hun plekje in te gaan nemen.


«   »