24 januari 2019


En dan zit je dus fulltime thuis.

Ik eet. Teveel.
Ik slaap. Te lang.
Ik maak mijn huis schoon.
Ik doe boodschappen.

Vaak weet ik niet meer welke dag het is.
Soms kan ik het afleiden aan de programma's die voorbij komen op de televisie. Of weet ik het weer na een blik in mijn agenda.
De televisie staat de hele dag aan. Het ene foute programma na het andere.
Ik zit op de bank.
Laptop meestal op schoot. Te bedenken wat ik zal doen.

Ik probeer een nieuw systeem te bedenken voor het bewaren van mijn recepten, maar omdat ik het systeem niet duidelijk krijg geeft het werk geen voldoening.
Ik ruim kastjes op met make-up, badkamerspullen en medicijnen. Leg het op plekken waar het later weer weg zal moeten aangezien ik
mijn hele huis nog op wil knappen.

En zo glijdt de ene dag over in de volgende.
Ik kijk naar de bak met narcissen. Zie ze groeien.
Zie de stengels soms wat buigen maar de knoppen blijven dicht.

Dingen in mijn huis gaan stuk.
De wc-pot lekt. En sinds kort stinkt het ook enorm naar urine.
Ik ruik al een tijdje dingen die andere mensen niet ruiken. Een enorm doordringende ammoniaklucht. Ik hoop nog dat dat hierbij ook het geval is, dat ik dit ruik maar een ander niet. Ik word snel uit deze waan geholpen.  De monteur zegt dat die lucht alleen kan ontstaan als ik naast de pot plas. Dus zo bevind ik mij in de situatie dat ik de monteur ervan probeer te overtuigen dat ik echt niet naast de pot pies.

Terwijl ik met iemand aan mijn eettafel zit horen we opeens een raar geluid en begint mijn dikke aardenwerken theepot licht te lekken.
Uit het niets is er een kleine barst in de theepot gesprongen.

Aan de overkant is een paar weken geleden een witte auto geplaatst. Deze staat er nog steeds, onaangeroerd. Inmiddels ondergesneeuwd.
Mijn leven achter de geraniums.

Ik besluit te minderen met de morfine.
De morfine maakt me vertraagd, onzeker, vermoeid. Om de paar minuten vallen mijn ogen even dicht. Door te minderen hoop ik wat energie en daadkracht te winnen.
Ik nodig iemand uit die me kan helpen mijn tuin een goede basis te geven.
Ik pak wat projecten op die me mogelijk wat meer voldoening kunnen geven.
Ik maak tiel-plannen die ik kan uitvoeren als ik van die klote pijn
af ben.

In de brievenbus ligt een rouwkaart. Niet onverwacht, maar het werpt toch weer een relativerend licht op mijn eigen leven.

 


«   »