5 april 2021

Via de stream van ITA (Internationaal Theater Amsterdam) kijk ik naar TriptychThe missing door, The lost room en The hidden floor, door het Belgische danstheatergezelschap Peeping Tom.

Op hun website lees ik: Gabriela Carrizo en Franck Chartier leren elkaar kennen bij les ballets C de la B en richten in 2000 dit gezelschap op. Hun voorstellingen starten altijd vanuit een zeker hyperrealisme. De setting doet vertrouwd aan; een tuin, kelderverdieping, twee stacaravans of een bejaardenhuis. Vervolgens breken de makers dit realisme open. Ze creëren een kantelend universum dat de gangbare logica van tijd, ruimte en sfeer verstoort. Isolement leidt er naar onderbewuste werelden van nachtmerries, angsten en verlangens, waarmee ze de schaduwkanten van het individu en gemeenschap uitlichten. Aan de hand van een rijke beeldtaal ontstaat een fascinerend gevecht tegen de omgeving en tegen zichzelf.

De voorstellingen van vanavond maakten ze voor NDTI.
In The missing door van Gabriela Carrizo ben ik getuige van de laatste minuten van een leven, waarin een angstige, stervende man probeert om de weg door het doolhof van zijn gedachten te vinden.

Ik denk aan B. Ik ken hem alleen online. Kennen is eigenlijk een te groot woord. Ik las zijn berichten in een groep waar ik ook in rondloop. Een markante eigenaardige man. Hij zei altijd dat hij niet ouder wilde worden dan 70 jaar. Hij heeft woord gehouden. Op zijn 70ste verjaardag heeft hij zijn leven beëindigd. Op zijn persoonlijke pagina heeft hij enige dagen daarvoor een CV geplaatst: een samenvatting van zijn leven in foto’s, diploma’s en een wilsverklaring. Daarin staat dat hij een middel in huis heeft en dat hij dit zelf en alleen wil innemen. Hij wil geen opbaring, afscheidsceremonie, as-bewaring of gedenkteken. Wat zal er die laatste uren door zijn hoofd zijn gegaan?


Deel twee is The lost room van Franck Chartier en speelt zich af op een schip op zee, waar vrijheid en beknelling hand in hand gaan. Met The hidden floor sluit Chartier het drieluik af. De personages bevinden zich in een publieke ruimte, misschien een restaurant, die overgenomen wordt door de natuur. Ze beleven hun laatste momenten terwijl het water stilaan stijgt. Tegelijkertijd houden ze zich vast aan hun laatste hoop, proberen ze te overleven en een uitweg te vinden, fysiek maar ook mentaal.


Peeping Tom is een mix van dans, theater, acrobatiek, film en slapstick. Het is grappig en energiek. De dansers zijn fysiek onnavolgbaar.
Een geniaal samenspel tussen de beweging en de muziek en bijzonder mooi in beeld gebracht. De setwissels zijn onderdeel van het spel, niet alleen de decorstukken maar ook de personages worden versleept. Kasten worden deuren en andersom. Dansers verdwijnen door een onzichtbaar gat in het bed. Een vrouw die in de kou halfnaakt door een raam naar binnen kijkt wordt in bevroren toestand op het toneel gezet.

Ik vraag me af wat me zo fascineert aan dans. Voor iemand met twee studies en twee banen binnen de theaterwereld ben ik maar weinig te vinden bij de opvoering van toneelstukken. Wel bij dansvoorstellingen. Het intrigeert me hoe het lichaam het verhaal vertelt. Ik vraag me altijd af hoe een choreograaf denkt. Denkt hij in bewegingen? Of heeft hij een verhaal en bedenkt daar de passen bij? Of ontstaan ze uit improvisaties? Met tekst kun je omhullen, bedriegen zwijgen. Het lichaam spreekt altijd. Dans is voor mij de meest pure kunstvorm, die altijd een laag van emoties oproept. Altijd als ik dans zie borrelt mijn creativiteit op en voel ik dat ik niet al mijn kwaliteiten benut.

Ik denk aan die andere persoon die deze week overleed: Bibian Mentel. In de media komen, terecht, veel superlatieven voorbij. Geen dag geklaagd. Zoveel keer kanker overwonnen. Altijd positief. Eén en al liefde. Als kankerpatiënt voel ik dat de lat hoog ligt.

Ik zie het gebeuren, als lotgenoten hun verhaal vertellen. Er wordt een zo optimistisch mogelijk verhaal van gemaakt. ‘Het komt goed!’ En ik zie de reacties: ‘Wat ben je sterk!’ ‘Wat ben je dapper.’ ‘Wat doe je het goed.’ Alsof je echt een keuze hebt. Alsof je het fout kunt doen. Het is natuurlijk de menselijke aard, om de nadruk te leggen op wat goed is, wat iemand nog wél kan, ik doe het zelf ook regelmatig. Maar soms voelt het alsof dat wat minder goed gaat te snel wordt weggepoetst. Zelfs door de artsen wordt er bij het melden van klachten gezegd ‘dat we dat allemaal wel eens hebben’ of 'dat het wel weer over zal gaan.'

De ochtend na de bekendmaking van Bibian’s overlijden zit Henk Krol bij Goedemorgen Nederland. Hij zegt dat zij toch echt wel heeft laten zien dat het helpt om positief te zijn. Een andere gast sputtert tegen, is het niet meer een kwestie van pech en geluk? “Nee”, zegt Henk, “Ik heb zelf ook kanker gehad en de lotgenoten die positief in het leven staan leven nog en degenen die dat niet konden leven niet meer. Echt waar!” "Eikel”, roep ik heel hard naar het scherm.

Natuurlijk is het fijn als je tijdens het hele proces wat van je humor kan behouden. Als je levenslust niet samen met je haren in de vuilniszak belandt. Maar verder is het gewoon een kwestie van ondergáán. Net zoals je tijdens een wandeling dóór moet, ondanks vermoeidheid of pijn. De ene voet voor de andere blijven zetten en je komt ooit bij je doel. Ieder in een eigen tempo. Ik probeer mezelf voor te houden dat ik niet faal omdat ik af en toe wel klaag. Dat ik niet faal omdat ik gestopt ben met werken. Terwijl zij altijd maar door ging.

Bibian Mentel was een hele bijzondere vrouw. Maar niet iedereen kan een Bibian zijn. En dat hoeft ook niet. Maar misschien kan zij voor mij de motivatie zijn om te durven dromen, zoals een documentaire over haar heet. Om mijn kwaliteiten te erkennen en te benutten. En om daarbij trouw te blijven aan mezelf. Aan hoe ik leef en hoe ik ziek ben.

 


«   »