Museum Nairac - Leo Kok

Op weg naar Barneveld, naar museum Nairac. Een goede aanleiding om een behapbaar stukkie te fietsen en nieuwe mooie routes te ontdekken. Koeien sjokken me voorbij. Bij iedere stap klotsen de zware uiers tegen de knieën. 

In het museum zijn een aantal ruimtes ingericht in de sfeer van vroeger. Sinds ik met een stamboom bezig ben vind ik dit wel leuk om te zien, hoe tuttig ook. In zo'n interieur hebben voorouders van mij ook geleefd. 

Maar ik kom hier voor Leo Kok (1923-1945).
De jonge kunstenaar legde tijdens zijn internering in Kamp Westerbork in tekeningen het dagelijks leven in gevangenschap vast. Zijn tekeningen geven een indringend beeld van het leven in een kamp. In constante angst voor deportatie probeerde men er, voor zover mogelijk, te overleven. Een leven van dinsdag tot dinsdag, want op die dag vertrok er weer een trein naar 'het Oosten', naar Auschwitz of Sobibor. Een aantal tekeningen zijn kamp Westerbork uit gesmokkeld en na de oorlog bij zijn familie terecht gekomen. Meestal zien we de oorlog in zwart-witte beelden maar Leo zag de oorlog in kleur. Hij gebruikte potlood, houtskool, Oost-Indische inkt en aquarel. 

Leo werd geboren bij Antwerpen als zoon van Nederlands Joodse ouders. Hij werd opgeleid tot reclametekenaar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog komt hij in 1940 in Amsterdam terecht. Hij wordt opgepakt en komt in kamp Westerbork terecht. Daar leert hij verpleegster Kitty de Wijze kennen en ze trouwen in het kamp. Hierboven een foto van hen beiden.

Met één van de laatste transporten worden ze in september 1944 gedeporteerd naar concentratiekamp Theresiënstadt. Daarna komt hij achtereenvolgens terecht in concentratiekamp Auschwitz, Mauthausen en Ebensee. Zes dagen na de bevrijding van het kamp overleed hij op 22-jarige leeftijd, te zeer verzwakt. Zijn vrouw overleeft de oorlog. Zij hertrouwt en krijgt twee kinderen. Haar zoon Jaap Nijstad is kunsthistoricus en heeft in een documentaire de plekken bezocht waar de eerste man van zijn moeder verbleef tijdens de oorlog. Hij heeft de tentoonstelling als gastconservator samengesteld.

Boulevard des misères
De hoofdstraat in het kamp kreeg deze naam van de bewoners. Het was de plek van de binnenkomende en vertrekkende transporten. De plaats van afscheid van familie en dierbaren die werden gedeporteerd. 

Kampgezicht met een gedeelte van een transporttrein
Tekening uit 1943. De wagon van de Deutsche Reichsbahn als stille getuige van de Holocaust.

Zelfportret uit 1944.

Portret Kitty de Wijze

Portret Mischa Breslauer

Barakinterieur met stapelbedden
Deze tekening laat het stapelbed zien dat Leo met zijn zwager Louis de Wijze deelde. Bovenop het bed is een plunjezak te zien met daarop Leo's laatste adres in Amsterdam: Nassaukade 153.

Foto boven: Landschap met het ketelhuis. 
Foto onder: Portret van Ary Bonn, slapend aan een tafel. 

'S'-gevallen bezig met het foliënplukken. 
'S'-gevallen was een andere benaming voor strafgevangenen, mensen die bijvoorbeeld in de onderduik waren opgepakt of die zich zonder de verplichte jodenster buitenshuis hadden getoond. Ze werden in een speciaal omheind gedeelte van het kamp ingekwartierd en hadden amper bewegingsvrijheid. Ze werden voornamelijk tewerkgesteld bij het splitsen van aluminiumfolie, het ontmantelen van kabels met koperdraad of in het ketelhuis. In de groep mensen die op de tekening aan het werk is bevindt zich ook een tante van Leo.

Een vertrekkend transport. 
Het onaffe karakter van de tekening lijkt bewust gekozen. De mensen zijn al bijna verdwenen, opgelost in de donkerste periode van de geschiedenis. 

'S'-gevallen, buiten in de regen, onder bewaking van een lid van de O.D., de Ordedienst.

De zolder van de Hamburger-kazerne in Theresiënstadt.
Leo maakte deze tekening kort voor hij naar Auschwitz zou worden gedeporteerd.
Deze tekening wordt door zijn vrouw Kitty meegenomen na de bevrijding van het kamp.

In de grote zaal wordt de documentaire Getekend in Westerbork getoond. Een lange zit maar zeer de moeite waard. De film toont het korte leven van de kunstenaar. Gastcurator Jaap Nijstad vertelt het verhaal aan de hand van bezoeken aan de diverse (concentratie)kampen.
Ontroerend als zijn moeder vertelt over haar eerste man. Ronduit schokkend de beelden van de ernstig vermagerde mensen die in kamp Ebensee worden aangetroffen door de Amerikaanse bevrijders.

In een ander deel van de ruimte is de fototentoonstelling Het is wat we willen zien... of niet. Er hangen foto's van stills uit de documentaire. Een weerslag van indrukken die ontstond tijdens het maken van de documentaire.

Een hele indrukwekkende tentoonstelling. Prachtig hoe iemand met een paar lijnen een mens kan schetsen. Een leven neer kan zetten. Emoties, of juist het ontbreken daaraan. Zo bijzonder dat de tekeningen bewaard zijn gebleven.
Tijdens het werken aan mijn stamboom stuittte ik op familielid Leendert Keesmaat. Ik schreef al eerder over hem. Ik kwam erachter dat hij tijdens zijn gevangenschap in het Oranjehotel op toiletpapier een dagboek had bijgehouden. Bij meerdere instanties informeerde ik naar dat dagboek, maar niemand wist waar het was. 
Recentelijk kwam ik in contact met de achterkleinzoon van Leendert. Niemand in de familie weet helaas waar het dagboek was, en voor Leendert's zoon was het nog steeds erg emotioneel om over zijn vader te praten. 

Met mijn hoofd nog bij de film fiets ik terug naar huis. Ik wijk af van de route en neem 'Het Weggetje', een spannend paadje langs de ritselende bladeren van de mais. Leo's tekeningen hebben het onbeschrijfbare een gezicht gegeven. Opdat wij nooit vergeten. 


«   »