Umfassungsweg

De Umfassungsweg is dé wandelroute van Twickel; het omvat (umfasst) het hart van landgoed Twickel en toont de verscheidenheid en schoonheid van het Twentse landschap. De route dankt zijn naam aan Eduard Petzold. Deze Duitse landschapsarchitect was rond 1890 actief op Twickel. In zijn tijd is een eerste deel van het wandelpad aangelegd. Petzold stierf in 1891. In 2012 werd de route afgemaakt. 
De route voert langs halfopen weiden, door het bos, over het vlonderpad door natuurgebied Koematenveld en langs kasteel Twickel.

Ik loop vandaag met mijn beste vriendinnetje, we hebben elkaar al zo lang niet meer gezien. 

Aan de randen van meerdere weilanden worden stroken land omgeploegd en worden bloemen ingezaaid om de biodiversiteit te vergroten. 

Typisch voor het Twentse landschap zijn de glooiende essen: hoger gelegen landbouwgronden. Bij de meeste essen is de glooiing in de middeleeuwen ontstaan. In die tijd vond bemesting plaats door het opbrengen van heideplaggen met schapenmest. Daardoor ontstond geleidelijk een verhoging van de bodem. Bij de Deldeneresch ontstond de glooiing al eerder, in de voorlaatste ijstijd. Deze es ligt namelijk op het noordelijke deel van de stuwwal van Delden. In de voorlaatste ijstijd zorgde het kruiende ijs ervoor dat afzettingen als grote schubben dakpansgewijs op elkaar werden gestapeld. In de laatste ijstijd was er weinig vegetatie wat leidde tot veel erosie (verstuiving). Hierdoor ontstonden dekzandruggen die niet erg vruchtbaar waren. In de middeleeuwen werd ook hier bemest met heideplaggen en dat zorgde voor (extra) ophoging.

Het vlonderpad voert door het natte heidegebied Koematenveld. Door de combinatie met de lage naaldbomen doet dit natuurgebied een beetje buitenlands aan. Het zou me niet verbazen als er zo een giraffe of een olifant door het landschap komen stappen. 

Padden leven het gehele jaar op het land, met uitzondering van de voortplantingstijd omdat de larven of kikkervisjes zich in het water ontwikkelen. De padden ondernemen hiertoe ieder jaar een zogenaamde paddentrek, waarbij de dieren massaal over afstanden van soms meerdere kilometers naar het voortplantingswater trekken. De paddentrek begint in februari maar heeft een hoogtepunt in maart tot april. 
De gewone pad kent net als vrijwel alle kikkers en padden een uitwendige bevruchting en er is dus geen paring. Het mannetje klampt zich, vaak al voor het te water gaan, met zijn voorpoten vast in de oksels van het vrouwtje. Speciale paarkussentjes op de voorpoten zorgen daarbij voor een extra stevige grip. Hij blijft in stand tot het vrouwtje haar eieren in het water afzet waarna het mannetje onmiddellijk zijn zaad uitstort en de bevruchting plaatsvindt. De mannetjes zijn in de voortplantingstijd zeer paarlustig. Soms worden andere dieren als vissen, salamanders of andere kikkers aangeklampt en ook het paarkluwen is een verschijnsel dat voorkomt bij de gewone pad. Hierbij klampen meerdere mannelijke exemplaren zich als een kluwen vast aan een vrouwtje, dat hierbij soms verdrinkt. Mannetjes klampen zelfs andere mannetjes vast waarbij het onderste mannetje kwaakgeluiden maakt, waarna het bovenste mannetje loslaat. Het geluid klinkt als een piepend koet-koet-koet en heeft een frequentie van 2 tot 3 keer per seconde. Kwaakgeluiden worden soms ook in het water gemaakt om de vrouwtjes te lokken. Hierbij wordt een zacht en monotoon quààk-quààk-quààk geproduceerd, maar meestal blijven geluiden achterwege.

Vlak voor de eiafzet betreden de dieren het water, de afzet kan enkele uren duren. Als het vrouwtje haar rug omlaag kromt is het zover; de eitjes komen uit haar cloaca waarna het mannetje deze bevrucht met zijn sperma en haar spoedig na de eiafzet loslaat. De eieren worden in lange doorzichtige snoeren in het water afgezet en om de waterplanten gewikkeld. Een snoer is 2 tot 4 of soms 5 meter lang en bevat ongeveer 3000 tot 6000 eieren, maximaal 8000 eieren die geordend zijn in drie strengen die een doorsnede hebben van 1,5 tot 2 millimeter. De vrouwtjes verlaten na de eiafzet het water, in de praktijk na 3 tot 6 dagen, mannetjes blijven vaak langer om te wachten op andere vrouwtjes. Uit de eieren komen na tien dagen de kleine zwarte kikkervisjes die zich afhankelijk van de temperatuur en het voedselaanbod in 2 tot 3 maanden ontwikkelen tot kleine padjes. 

Het is druk in het voortplantingswater. Er is een complete orgie aan de gang langs de waterkant. We horen de geluidjes die ze hierbij maken. Geweldig!

Roodborstje

Erve Bokdam staat op de grens tussen heide- en bosgebied Bornseveld en het weidegebied langs de Azelerbeek. Naast het huis staat een kraam met dranken en koeken maar ook met allerlei soorten zelfgemaakte jammetjes, sauzen en honing. 

Bosanemonen

Kasteel Twickel

 

 

Wat een geweldige dag. Weer helemaal bijgepraat, prachtig weer en een hele mooie route.


«   »