23 november 2018


Na een hartstilstand op 1 april 2017 gaat journalist Fokke Obbema op zoek naar antwoorden op de vraag: wat is de zin van het leven? In een serie interviews gaat hij daarover wekelijks in de Volkskrant het gesprek aan met mensen met zeer diverse beroepen en achtergronden. Zo spreekt hij met schrijver A.L Snijders, uitvinder van het ZKV, het Zeer Korte Verhaal. Met psychiater Jan Mokkenstorm, oprichter van 113 Zelfmoordpreventie, die nu zelf ongeneeslijk ziek is. Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau. Edy Korthals Altes, oud-diplomaat en voormalig secretaris-generaal van de VN. 
Het onderwerp interesseert me, de laatste jaren vooral. Ook al heb ik geen antwoord.

Biologisch psycholoog Sarah Durston op de vraag of het voor haar voelt alsof er zin is aan haar leven: "Ja, ik heb het gevoel dat ik een steentje bijdraag aan een beter bestaan. Zingeving is iets wat wij de hele dag doen. We doen dingen soms omdat het moet, soms omdat we ze belangrijk vinden."
Sociologe Jolande Withuis zegt dat het leven geen zin heeft. "We zijn één van de miljoenen organismen op aarde die leven en sterven. We zijn er gewoon. Mijn eerste associatie is een boekje van wetenschapsfilosoof Jaap van Heerden: Wees blij dat het leven geen zin heeft. Hij betoogt dat als het leven een vastgestelde zin zou hebben, er veel wegen worden afgesloten. Want dan is er een ijkpunt waar je al je handelen aan moet afmeten. Het mooie van het leven is juist dat het open ligt. Dat het geen zin heeft geeft eindeloos veel kansen.(...)
Het leven is van jou. Als er iets de zin van het leven is, dan is het wel: je eigen behoeften vinden, je eigen wensen, het vak waar je je talenten in kunt ontplooien."

Ik voel geen zin. Geen zin ván het leven maar soms ook geen zin ín het leven. Voel niet dat mijn leven bijdraagt aan een beter bestaan.
Heb geen duidelijk doel. Ik doe maar wat.
Er zijn mensen die al vroeg in het leven weten wat hun doel is, hun bestemming. Dat heeft een risico, zijwegen hebben ook veel te bieden, maar het helpt enorm bij het maken van keuzes als je weet waar je heen wilt. Als kind had ik dromen. Die van verpleegster. Tuinarchitecte. Ontwikkelingsmedewerkster. Maar de dromen vervlogen. In de praktijk rolde ik van de ene opleiding in de andere, op zoek naar mijn talenten. Gevolgd door baantjes waarin ik niet direct iets met mijn opleidingen deed. Van administratief medewerker bij een distributiekantoor naar productiemanager bij een impresariaat voor opera, ballet en musical, vervolgens ander werk in de culturele sector en tenslotte in de reisbranche. 

Dromen maakten plaats voor verwachtingen, van anderen, van mezelf. En hier stokt het verhaal. Al drie weken lang probeer ik dit stukje af te schrijven. Ik stel mezelf constant die vraag: wat wil ik zeggen, maar er komt geen duidelijk antwoord. Daarnaast word ik in de weg gezeten door een stem die kritisch reageert op elke zin. Een stem die soms ook een gezicht krijgt, het gezicht van mensen die ik ken en die met een cynisch lachje toekijken. 
Waar ik naar toe werkte was constateren dat dat is wat de kanker mij heeft gebracht. Het heeft me doen stilstaan. Ik ben me opnieuw gaan afvragen wat ik wil in het leven. En ook al is het antwoord nog niet heel concreet, de vraag alleen al is verhelderend.
Geen doelen meer. Van mijn verwachtingen leer ik ook afscheid nemen. In plaats daarvan komen plannetjes. Niet echt een bucketlist, maar gewoon plannetjes. Zo ga ik binnenkort een keer tanken, voor het eerst van mijn leven. 

Ik probeer mezelf een beetje te leren kennen. Alsof dit pak me door een ander is aangetrokken. Mijn voorouders hebben mij met hun genen gevormd, ik doe mijn best mijn eigen identiteit te vinden en te koesteren. Dat is mijn leven: steeds weer opnieuw vragen blijven stellen, wie ben ik, wat heb ik nodig. Via de vragen komen de antwoorden. Niet vanzelf, maar ze komen. 


«   »