22 januari 2026
Janaina Mello Landini - Ciclotrama 376 (onderdeel van de tentoonstelling Iris van Helpen - Sculpting the Senses in Kunsthal Rotterdam)
In dit blog schrijf ik over wat me opvalt. Wat me bezighoudt. Het is mijn persoonlijke kijk op het leven.
Misschien kijk jij heel anders. Dat is het mooie van het leven. Soms maken we hetzelfde mee maar ervaren we het heel anders.
De onderwerpen zijn heel divers. Van dromen tot herinneringen. Van dagen die vliegen tot dagen die dreunen. Over woorden van anderen die me op weg helpen. Over voorstellingen en films die ik zie. Over mensen die leven en mensen die dood gaan.
Je kunt op alle foto's klikken voor een grotere weergave.
Janaina Mello Landini - Ciclotrama 376 (onderdeel van de tentoonstelling Iris van Helpen - Sculpting the Senses in Kunsthal Rotterdam)
De vraag ‘Hoe gaat het?’ komt iedere dag meermaals voorbij. En het komt steeds vaker voor dat ik het antwoord niet weet. Of dat ik geen zin heb om naar mezelf te kijken. Of er op te antwoorden. Want dan gaat het weer over mij. Maar ik voel me bot en ondankbaar als ik niet antwoord. En dat helpt niet met positief naar mezelf kijken. Het zijn die bijdingen die me verdrietig en chagrijnig maken, niet de kanker zelf. Daar heb ik bijna nog geen traan om gelaten. Ik had gehoopt dat het nieuwe jaar weer nieuwe lichtheid zou brengen. Dat ik inmiddels weer bezig zou zijn met leuke kleine dingen, zoals vóór de feestdagen.
Ik ben een plofkip. Kwam het gevaar eerst van boven, een hangend ooglid beperkte mijn zicht, nu komt het via mijn opgezwollen wangen van onder. Als ik vooruit kijk, zie ik mijn appelwangen naderen.
Andrew Scott - Hope
“Zijn die krullen van jezelf?”, vraagt de vrouw van de marktkraam voordat ze me de bos zonnebloemen overhandigd. “Nee, van de chemo”, zeg ik. Haar collega kijkt verrast op. De vrouw babbelt rustig verder. Iets over genen, en over haar eigen krullen. Ik weet niet of ze me probeert te vertellen dat ze een lotgenote is. “Ze staan je goed,” zegt ze. “Gaat het goed met je?” Ik weet even niet hoe eerlijk ik antwoord zal geven. Het liefste stap ik nu naar voren tussen de rozen, chrysanten en hortensia’s en kruip in haar armen.
Elaine Duigenan - Maidenhern Fern, geïnspireerd door Karl Blossfeldt
Dagelijks loopt een man langs het raam. Hij draagt altijd een vale jas zonder kleur, in welk seizoen ook. Zijn grijze haar zit meestal een beetje in de war, met een enkele lok voor zijn ogen. Aan zijn arm hangt een gevulde gele plastic boodschappentas van de Jumbo. In zijn hand draagt hij vaak een doosje met één of meer gebakjes. Hij loopt alsof hij een beetje haast heeft, zowel heen als terug. Hij maakt geen contact met de mensen die hij tegenkomt. Hij kijkt ze wel aan, maar ziet ze niet, groet ze niet. Sinds kort draagt hij een fietshelm tijdens zijn wandelingen naar de supermarkt.
Anya Janssen - Sham rage 5
Er komen sprietjes uit mijn hoofd.Tijdens het tandenpoetsen kijk ik in de spiegel en stel me voor dat het grassprietjes zijn, of steeltjes van madeliefjes. Een hoofd als veld vol madeliefjes. De zachte sprietjes hebben de aantrekkingskracht van een zwangere buik, iedereen wil even voelen. En ik laat me graag bevoelen, ik heb huidhonger.
Als ik de eerste keer de afdeling op loop wordt er net een overleden persoon weggereden. De baliemedewerkster die me naar mijn kamer brengt, waar ik zal worden voorbereid op de aanleg van de Picc-lijn, mompelt: “Oei, dat is ook geen fijne binnenkomer.” “Ik ben wel wat gewend,” zeg ik, denkend aan mijn vroegere vrijwilligerswerk in het hospice.
In het ziekenhuis neuriet een jongetje Europapa terwijl zijn moeder bij de balie staat. Ik ga naar de zevende verdieping voor de immunotherapie, mijn twaalfde portie. Ik ben vandaag nogal druk en onhandig, de verpleegkundige en ik lachen er hartelijk om. Dit gedrag wordt veroorzaakt door de ontstekingsremmer Dexamethason. Ik slik het iedere maandag en het verandert mij een paar dagen in een manisch iemand waar ik geen controle over heb. Ook als ik op de bank zit en me probeer rustig te houden open ik constant nieuwe tabbladen. Ik schiet van het één naar het ander, bedenk steeds weer nieuwe dingen. Op dinsdagen krijg ik er knalrode wangen van, dexa-dolle-dinsdag. Ik maak afspraken, combineer die afspraken met te veel winkelbezoeken, ik koop dingen op Marktplaats waar ik later alweer spijt van krijg. Niet dramatisch allemaal, best grappig als je er van een afstand naar kijkt maar gekmakend als je er midden in zit.
De dag die je wist dat zou komen.In mei vorig jaar waren er de eerste voorzichtige voortekenen. In november werd er wat harder op de deur geklopt en in januari was het duidelijk. “Dat wordt dit jaar behandelen”, zei de arts en hij bestelde een CT-scan. En toen ging het snel.
Het is druk in de stad. Natuurlijk is het druk in de stad, het is de zaterdag voor kerst. Ik wil hier eigenlijk helemaal niet zijn. Maar ik moet even door deze volle winkelstraat, om bij de markt te komen.
Nathalie Gauglin - Emmaillote dentelle
Hoe begon het deze keer? Was het de vermoeidheid na de vakantie? Is de schop onder de kont weg nu Sharon is overleden? Zijn het de lichamelijke klachten die de mentale gesteldheid meesleuren? Verloor ik mijn zelfvertrouwen en mijn kracht net als Simson in de bijbel toen mijn haar werd afgeknipt?
Dit verhaal begon als een tiel-bericht. Later zal duidelijk worden waarom het anders is gelopen.
Twee jaar geleden werd ik gewezen op Postcrossing. Het doel van deze site is dat mensen over de hele wereld elkaar ansichtkaarten sturen. Je maakt een gratis account aan en zegt dat je een kaart wilt versturen. In beeld verschijnt dan iemands profiel waarin naast het adres ook wat persoonlijke gegevens staan. Bijvoorbeeld over iemands werk en hobby's, en welke onderwerpen iemand leuk vindt voor op de voorkant van de kaart. Je verstuurt de kaart met een code die naar jou verwijst. Als de kaart is aangekomen wordt deze online geregistreerd en krijg je daarvan bericht met meestal een bedankje van de ontvanger. Daarna zit jouw adres in de molen en kan je zelf een kaart in je brievenbus verwachten.
Terug in de stad waar ik ooit geboren ben, Den Haag. Na tien jaar verhuisde ik naar een stad nabij, maar kwam hier nog regelmatig. Ik kocht er alternatieve kleding, bezocht de beelden op het Lange Voorhout. Ging met mijn toenmalige vriendje en zijn ska/punk vrienden in een mini naar Het Paard en Nastasta, zo genoemd omdat de discotheek naast bioscoop Asta gelegen was, op het Spui. In Den Haag durfde ik na lang aarzelen binnen te stappen bij de coffeeshop voor mijn eerste zakje wiet, bang dat de politie me buiten op zou wachten. En ik kwam in De Paraplu, een jazzcafétje, in een zijstraat van de Lange Poten. Ruikend aan een vrij en volwassen leven, een leven wat ik vorm ging geven. Plekken als deze wakkerden een verlangen aan van een leven vol vrienden, talenten, een creatief bestaan. Van een leven als op de Parijse foto's van Ed van der Elsken.