Delft


Het is mooi weer, ik wil meer bewegen, maar niet steeds dezelfde rondjes lopen in hetzelfde bos dus ik ga tielen.
Dit keer een dagje Delft. 
Ik ben er ooit wel geweest, maar dat was heel lang geleden, op de markt waar ik mijn hippie zonnebril kocht, en in het café met een beginnend vriendje, maar vandaag hang ik echt de toerist uit.

Op het station is een expositie van de Fotobond. Foto's met hele diverse onderwerpen, gemaakt door fotografen en fotoclubs die zijn aangesloten bij de Fotobond. 

Ruud Mooi - Abuse

Etty van der Sanden - Uils'kuiken'

Wim Groenenboom - Matera, Italië

Babs Boelen - Veluws landschap

Vanaf het station loop ik via de Oude Delft, de Koornmarkt en de Burgwal naar de Beestenmarkt. Een zeer gezellig ogend plein met café's, terrassen en sfeervolle bomen, ook zonder bladeren.

De verhalen liggen op straat. Links een boodschap van iemand, achtergelaten voor een overleden moeder? 
De Jozefstraat rechts is onderdeel van het project 'Delft is goud, jij bent goud' in het kader van het Gouden Eeuwjaar in Delft. Je kunt iemand die je bijzonder vindt in het zonnetje zetten door hem of haar een klinker cadeau te doen. De straat loopt langs de kapel van de Maria van Jesse kerk. Die kapel is dagelijks open. Als ik binnenloop zie ik een man en een vrouw zitten. Hun stilte vult de ruimte.
Ik ben zelf niet gelovig, maar deze plek doet me iets. Het heeft ook iets filmisch. Een donker steegje, waar een deur toegang geeft tot een plek waar verhalen onuitgesproken worden gedeeld. Waar emoties worden uitgestort en opgevangen. Een plek van troost, zo voelt het.

De rooms-katholieke Maria van Jessekerk is gebouwd tussen 1875 en 1882 en is ontworpen door een leerling van de bekende architect Pierre Cuypers. 

De naam Maria van Jesse verwijst naar de afstamming van Maria, haar voorvader is Isaï, of Jesse, de vader van koning David.
De Delftse devotie voor Maria van Jesse begon al in de Middeleeuwen. Een wonder bij het Mariabeeld in de Oude Kerk was in 1327 aanleiding om een ommegang te lopen. Deze ommegang wordt nog steeds jaarlijks gelopen, op 12 juni.

Het ontstaan van de Nieuwe Kerk voert terug naar het jaar 1351. De bedelaar Symon zat op zijn gebruikelijke plekje op de Markt en kreeg wat te eten van ene Jan Col. Plotseling scheen er een fel licht op het gezicht van Symon. Hij zei tegen zijn stadsgenoot: 'O myn uytverkooren live vriendt en siedt dy niet den Hemel open?' Samen keken ze naar boven, in de richting van het toenmalige galgenveld. Daar zagen ze in een visioen een gouden kerk, gewijd aan Maria. Bedelaar Symon stierf vrij snel daarna, waarop Jan Col bij het stadsbestuur begon aan te dringen op de bouw van de kerk op die plek van de Markt. Dertig jaar lang kreeg hij ieder jaar het zelfde visioen. Totdat het stadsbestuur eindelijk instemde met zijn verzoek, in 1381. Het werd de tweede parochiekerk van Delft, de 'Nieuwe Kerk'. 
De kerk staat op de Markt, tegenover het oude stadhuis (zie eerste foto, bovenaan deze pagina).

Voormalig stadhouder Willem van Oranje bracht zijn laatste jaren door in Delft, in het huidige Prinsenhof, nadat hij door koning Filips II vogelvrij was verklaard. Hij werd vermoord door Balthasar Gerards, volgens de overlevering waren zijn laatste woorden 'Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk.' Normaal gesproken zou hij zijn begraven in Breda, waar ook zijn ouders lagen, maar die stad was in handen van de Spanjaarden. Daarom werd hij begraven in de Nieuwe Kerk in Delft en sindsdien worden ook bijna alle leden van de Koninklijke Familie hier bijgezet in de grafkelders. Ook Hugo de Groot vond zijn laatste rustplaats in deze kerk.

Voor Willem van Oranje (foto links boven) staat een groot praalgraf in de kerk. De Oranjes liggen in de grafkelders. Momenteel liggen er
46 stoffelijke overschotten in de kelders. De crypten zijn niet toegankelijk voor publiek, de burgemeester bewaart de sleutel.
De grafkelder (zie maquette links) bestaat uit twee delen. Het oudste deel ligt direct onder het praalgraf van Willem van Oranje. In dit deel liggen zijn stoffelijke overschotten en die van tien van zijn meest nauwe verwanten. Er staan ook drie kleine kistjes met het opschrift 'onbekend'. Vermoedelijk bevatten twee daarvan doodgeboren kleinkinderen van Willem van Oranje maar dat is niet zeker.

Het tweede deel van de kelder werd in 1822 in gebruik genomen. Voor het overlijden van een koninklijk familielid ligt een zeer gedetailleerd draaiboek klaar. Op de ingang van de grafkelders rust een zware natuurstenen plaat die weggehaald wordt bij een uitvaart. Na de dienst in de kerk dalen de naaste familieleden met kist af in de kelder. Afgeschermd door een gordijn krijgen ze hier gelegenheid voor een laatste afscheid. De meeste lichamen zijn gebalsemd.

Ik weet nog dat ik op reis was in Bolivia en daar hoorde dat prins Claus was overleden, het werd ons verteld door de Duitse hoteleigenaar. Familieleden in Nederland verhaalden over een zeer indrukwekkend afscheid. Ik kan me nog de uitvaarten herinneren van Juliana en Bernhard, beiden in 2004. Vooral dat moment dat de familie die trap afloopt naar de kelder, onder het toeziend oog van zo'n 1100 gasten en die miljoenen mensen thuis die via de camera's meekijken.

Na de Nieuwe Kerk loop ik naar het Vermeer Centrum, vlak achter de Markt. 

Brieflezend meisje bij het venster

De melkmeid

Vrouw met waterkan

Van Johannes Vermeer ken ik vooral Het melkmeisje en Meisje met de parel. Ik hou wel van die alledaagse taferelen en ik vind het leuk
om meer kunst van Hollandse Meesters te leren kennen. In het Vermeer Centrum hangen geen echte werken van Johannes Vermeer, het zijn allen reproducties. Maar het kleine museum geeft je wel een beeld van zijn leven en zijn werken. Ik zie veel overeenkomsten in zijn schilderijen. Meestal een raam aan de linkerkant, daar vlakbij een vrouw, soms twee. Vaak een brief, of een kan met melk of water. Ik wist niet dat die onderdelen zo vaak in zijn werk voorkwamen. En altijd dat licht wat voor hem een middel was om de richting van de kijker te bepalen, om accenten te leggen, te bepalen wat belangrijk was en wat niet. 
Zijn werk verrast me niet heel erg, het werk lijkt nogal op elkaar, maar wel leuk om eens te zien, in een historisch gebouw.

Fotografe Carolien Sikkenk vertaalde Meisje met de Parel naar de hedendaagse tijd voor haar project Girls with Pearls.

Ik zou wel een plank willen hebben met dit soort potjes, prachtig! Rechtsonder: Nieuwe Kerk vanuit het zolderraam van het museum.

Het is onduidelijk waar Vermeer's schilderij 'Het straatje' is gesitueerd, er zijn veel plekken genoemd als mogelijkheid. Op de foto rechts zie je de plaats die nu als meest aanmerkelijke wordt genoemd, Vlamingstraat 40-42. Ook al zijn de huizen helemaal veranderd.

De kerk is ontstaan in de Middeleeuwen. Rond 1050 stond er waarschijnlijk al een tufstenen kerkje. In de eeuwen erna werd deze verder uitgebreid en gerestaureerd. De kerk wordt ook wel  Scheve Jan genoemd, vanwege de scheefgezakte toren. Dit komt doordat de kerk deels op een gedempte gracht werd gebouwd. 

In de kerk liggen ook een aantal beroemde mensen begraven. De zeehelden Piet Hein en Maarten Tromp, en wetenschapper Anthonie van Leeuwenhoek. Johannes Vermeer stierf onbekend en zonder geld. Hij kreeg een kleine, onopvallende steen. Later kwam er een nieuwe, grotere gedenksteen om hem wat meer erkenning te geven.

In de Oude Kerk staat het kunstwerk Narrow House van Erwin Wurm, in het kader van de manifestatie Gewoon bijzonder (Bijzonder gewoon) georganiseerd door expositieruimte 38CC. Op verschillende locaties in Delft is eigentijdse kunst te zien.
Erwin Wurm heeft dit werk gemaakt om de benauwdheid van zijn opvoeding en de tijd waarin hij is opgegroeid voelbaar te maken. Hij heeft zijn ouderlijk huis tot in alle details nagemaakt, maar dan extreem smal. Het huis is 18 m lang, 7 m hoog en slechts 138 cm breed. Niet alleen het huis zelf is smal, ook alles wat er in staat. 

Het is geweldig om hier doorheen te lopen. Zo grappig, de smalle boekenkast, het bed, de badslippers. De foto's zijn niet van de beste kwaliteit, kleine ruimte, weinig licht, andere mensen ongeduldig wachtend tot ik eindelijk weer naar buiten kom. Maar de ervaring was prima!

In de kerken van vandaag stonden lange tafels met stoelen. Ik houd van rechthoekige tafels, niet van die ronde tafels die je tegenwoordig in al die woonprogramma's ziet. Zo'n 25 jaar geleden mocht ik regelmatig aanschuiven aan zo'n tafel. Temidden van een bont gezelschap, sterke vrouwen met een scherpe eigen mening, veel humor en vooral diepgang. Er was lekker eten en vooral veel wijn.

In het begin voelde ik me nogal geïntimideerd  en hield ik me stil. Later werd het een tafel waar ik leerde. Waar ik mede gevormd werd en waar ik regelmatig aan het denken werd gezet. Die tafel werd een symbool voor het goede leven. Voor gezien en gehoord worden, voor waardevolle gesprekken, voor welkom zijn. De tafel als symbool bleef, ook al overleed de vrouw van wie de tafel was. 

Deze week was het afscheid van een andere vrouw uit het gezelschap. Een markante vrouw met een uitbundige lach. Haar levenslust doofde langzaam nadat haar vrouw met dementie was opgenomen in een verzorgingshuis en nu heeft ook haar lichaam het opgegeven.
De tafel is opgeheven.

 


«   »