2 januari 2020


De film speelt zich grotendeels af onder de grond van Oost-Ghouta, een voorstad van Damascus, in Syrië. Een groot deel van de stad ligt in puin, miljoenen mensen zijn gevlucht. Maar de bommen van het regeringsleger en bondgenoot Rusland blijven vallen.

Een handvol artsen is achtergebleven. Onder hen de dertigjarige kinderarts Amani Ballour. In kelders en ondergrondse gangen heeft zij een geheim en illegaal noodziekenhuis ingericht. Ze is bewust ongehuwd in een samenleving die dat niet accepteert. Ze komt in opstand tegen de traditie, tegen haar familie. Ze is de algemeen manager van het ziekenhuis, iets wat boven de grond nooit zou kunnen. 

Voortdurende bombardementen zorgen voor een constante aanvoer van gewonden via het uitgebreide gangenstelsel. Kinderen kijken verdwaasd om zich heen, de verschrikkingen van de oorlog in hun ogen, bloed op hun gezicht. Dr. Ballour haalt stukken betongruis uit hun mond. Sommige patiënten schreeuwen, anderen zijn doodstil. Ze worden behandeld terwijl het geluid van naderende vliegtuigen alweer aanzwelt.

'Is er nog een God die over ons waakt?', verzucht Dr. Ballour. Niemand geeft antwoord op haar vraag. Niemand hééft het antwoord.

De Koerdisch-Syrische filmmaker Feras Fayyad kon door de belegering van Al Ghouta niet zelf filmen. Het hospitaal van dokter Ballour was voor hem onbereikbaar, potdicht afgesloten door het leger, dat de stad had omsingeld. Hij regisseerde op afstand drie cameramannen uit Damascus die met gevaar voor eigen leven de verschrikkelijke gebeurtenissen vastlegden. Fayyads leven is getekend door diezelfde oorlog: hij bracht in 2011 en 2012 zelf achttien maanden door in de kerkers van president Assad. Pas nadat de VN druk had uitgeoefend en een lijst van ten onrechte vastgezette Syrische filmmakers en journalisten had gepresenteerd, werd hij vrijgelaten. ‘Lange tijd wist niemand waar ik zat. Ik was gekidnapt: gewoon geblinddoekt en afgevoerd in een busje. Ze hebben me gemarteld, mijn nagels eruit getrokken.’ (uit interview Volkskrant). 

In eerste instantie was het de bedoeling het werk in meerdere ziekenhuizen uit de omgeving te laten zien. Pas nadat het beeldmateriaal uit Syrië was gesmokkeld en door een team editors in Denemarken, waar de filmmaker nu leeft, was bekeken, koos Fayyad ervoor enkel opnamen uit dat ene ondergrondse ziekenhuis met de vrouwelijke arts te gebruiken. ‘Een harde keuze. Ook voor die andere opnamen riskeerden we onze levens. Maar ook noodzakelijk: de film werd er beter van. Zo werd The Cave meer dan een getuigenis van oorlogsverschrikkingen. Het is ook een portret van feminisme in oorlogstijd.’ (uit interview Volkskrant). 

Het geluid van de gierende straaljagers dendert meermaals de filmzaal in.
Ik blijf mezelf voorhouden dat dit geen film is. Dit is het echte leven, geen verzonnen of aangedikt verhaal. 
We zien Dr. Ballour met een meisje praten terwijl ze haar haar vlecht. 'Weet je al wat je later wil worden?', vraagt ze. Het meisje schudt haar hoofd. 'Je moet hier wel iets belangrijks worden. Vind je een dokter belangrijk?' Het meisje knikt. 'Ok, dan word je een dokter. Of een leraar. Vind je een leraar belangrijk?' Het meisje knikt weer. 'Een dokter zijn is moeilijk, wordt maar leraar.'

Samahar is verpleegkundige. Ze helpt bij de vele operaties. Daarnaast maakt ze schoon Ze reinigt de chirurgische instrumenten maar ook de deuren en muren van de OK. En ze kookt voor alle tijdelijke bewoners van de grot, grote pannen rijst. Er is een groot tekort aan voedsel. Dr. Ballour voelt zich schuldig als ze een maaltijd nuttigt. 'Ik eet liever niet en heb honger dan dat ik wel eet en me schuldig voel.' 
De film laat zien hoe de bevolking lijdt onder de burgeroorlog, maar gaat vooral over de manier waarop het ziekenhuispersoneel zich staande houdt onder moeilijke werkomstandigheden. Met humor en onderlinge plaagstootjes. Samahar met name is goedlachs. Als een collega vraagt of de vliegtuigen die dag al langs zijn gekomen zegt ze dat die deze ochtend nog geen goedemorgen zijn komen zeggen. Maar er is ook angst en momenten van vertwijfeling. We zien haar uitvallen tegen een jongen die kruiden hakt. Zo kan ze de vliegtuigen niet aan horen komen terwijl ze in een grote pot met rijst roert. En de Russische gevechtsvliegtuigen komen, elke dag weer. 

Ook het ziekenhuis is doelwit. De artsen vragen zich verdrietig af of het wel zin heeft wat ze doen. Met bloed en stof bedekte mensen oplappen om ze daarna het rampgebied weer in te sturen. Na een bombardement bellen ze naar huis. Amani’s vader spreekt zijn dochter streng-liefdevol toe: ‘Je was altijd al eigenwijs.' Hij stuurt haar een filmpje van haar tuintje thuis: ‘De planten wachten op je.’

Naast een tekort aan voedsel is er ook een groot tekort aan medicijnen. Chirurg Dr. Salim zegt tegen de patiënt dat er geen narcose is maar als afleiding zet hij een filmpje op zijn mobieltje op, met klassieke muziek.
Muziek als verdoving. 
Een man komt bij Dr. Ballour met een recept in zijn hand. Het middel is niet verkrijgbaar bij de apotheek. Dr. Ballour geeft aan dat zij het ook niet op voorraad hebben. De man zegt dat ze geen hoofd van het ziekenhuis zou mogen zijn. Dr. Salim neemt het voor zijn collega op. Zegt dat zij door al het personeel gekozen is. Dr. Ballour: 'Dus u denkt dat die medicijnen er wel zouden zijn als een man aan het hoofd zou staan van dit ziekenhuis?'
De man knikt. 

Onder de grond gelden andere regels en kunnen en mógen de vrouwen iets betekenen. Dr. Ballour hoopt op een gelijkwaardiger toekomst. ‘Het beeld dat mannen van ons hebben, moet veranderen. Ze gebruiken religie als dekmantel; ze halen eruit wat hen bevalt.’

Dan worden er nieuwe slachtoffers binnengebracht. Er is dit keer nergens bloed te zien. Het ziekenhuispersoneel reageert geschokt.
‘Er klopt iets niet’, zegt Samahar. ‘Mensen sterven zonder verwondingen.’ Het is een aanval met chemische wapens. Snel gaat er extra ventilatie aan en zet iedereen een masker op. De chloorgasaanval luidt het einde in van een belegering die vijf jaar heeft geduurd.
Oost-Ghouta geeft zich over; alle inwoners die de bombardementen hebben overleefd, worden gedwongen geëvacueerd. Dr. Ballour is niet opgelucht. Ze is woedend: hoe kon dit allemaal gebeuren?

Er is gefilmd vanaf 2016 tot maart 2018, toen iedereen onvrijwillig moest vertrekken. In een opinieartikel voor de Amerikaanse nieuwssite Daily Beast schreef Amani Ballour dit jaar dat we niet moeten wegkijken. Dat Assad met steun van Poetin moedwillig ziekenhuizen en scholen heeft gebombardeerd, dat hij chemische wapens heeft gebruikt tegen vrouwen en kinderen: het zijn oorlogsmisdaden die niet mogen worden vergeten. Dr. Amani is één van de Syrische vluchtelingen die met een bootje naar Europa uitweken. Al die vluchtelingen zijn mensen met een verhaal, een verschrikkelijk echt gebeurd verhaal, en met vreselijke beelden op hun netvlies. Ze zoeken veiligheid en ontmoeten afwijzing. Mensen met een groot gebrek aan inlevingsvermogen houden liever vast aan tradities en bangmakerij.

Zodra de aftiteling in beeld komt hervatten de man en vrouw achter mij, zo te horen bekenden die elkaar na lange tijd weer eens zien, hun gesprek. 'Hoe is het nu met je kinderen?' Ik verlaat de zaal.

Het dagelijks leven van mensen op 4,5 uur vliegen van Amsterdam, 3288 kilometer verderop. Hoe kan ik dit gezien hebben en vervolgens aan een wijntje zitten in het filmcafé. Hoe kan ik de volgende dag naar de Gamma gaan om hout uit te zoeken voor de planken in mijn keuken. Hoe kan ik niets doen?

 


«   »