Harderwijk

Vandaag ben ik in Harderwijk, ik begin in het Stadsmuseum.
Mijn bezoek start met een korte film. Hierin zie je gasten arriveren in Pension Harderwijk. Ze worden verwelkomt door een extravagante uitbaatster. De gasten representeren elk een bijzondere periode uit de stadsgeschiedenis. Zo vertegenwoordigt een scheepsjongen de Hanzetijd, verwijst de muntmeester naar de periode dat in Harderwijk de Gelderse Munt werd geslagen, staat de student voor het universiteitsverleden van de stad en vertelt de Afrikaanse soldaat over de tijd dat het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk was gevestigd.


Als de film is afgelopen opent er automatisch een deur naar de naastgelegen ruimte, reuze spannend. Ik ben alleen. Ik loop de ruimte in en kom in een salon terecht. Daar zitten meerdere figuren uit de film. Ik neem plaats tegenover de spion. Zijn gezicht bestaat uit een beeldscherm. Hij vertelt een verhaal, en stelt me wat vragen. Zegt dat hij me niet kan verstaan. Ik zeg dat dat door mijn mondkapje komt. "Heel goed", zegt hij. "Geef vooral niet alles prijs." Aan een volgende tafel speel ik een spelletje ganzenbord. Door op een knop te drukken schudt een dobbelsteen onder een plastic bol en wordt mijn digitale pion verplaatst. Terwijl de soldaat even verderop zijn verhaal doet nodigt hij me uit voor het hoger-lager kaartspel. Hij wint. Ontzettend leuk gemaakt dit!

Ook in andere ruimtes is er aandacht voor de geschiedenis van Harderwijk. In de kamer Gevonden Voorwerpen liggen spullen die stille getuigen zijn uit het recente verleden van Harderwijk en omgeving. In de pensionkamers maak je kennis met de verhalen van nog een aantal andere gasten. Hun kamers vertellen wie zij waren en waarom ze in Harderwijk verbleven. 

De voorwerpen vertellen over de universiteit, die in 1648 in Harderwijk kwam. De bekende arts Boerhaave, de Zweedse plantkundige Linnaeus en de latere ontdekker van Paaseiland, Jacob Roggeveen promoveerden hier. Het Burgerweeshuis, waar gemiddeld vijftien kinderen verbleven. Hun opvoeding en scholing werden betaald door de inwoners van de stad. Als ze op hun 21e het weeshuis verlieten kregen ze een huis, studie of baan; de zorg stopte pas als de wees op eigen benen kon staan. 

Zusjes Dijkstra

In een ander deel van het museum staan de beelden van Natasja Bennink. Op de site van het museum staat: Raw and tender’, zo beschrijft beeldhouwer Natasja Bennink haar sculpturen. Rauw, vanwege de techniek; ze werkt in losse, vrije toetsen, waarbij ze vormen soms opzettelijk reduceert. Sporen van het fysieke werkproces in klei blijven zichtbaar in het uiteindelijke bronzen beeld. De tederheid blijkt uit de liefdevolle aandacht die Natasja heeft voor de mens en voor de verhalen die hij of zij met zich meedraagt. Zwangerschap, geboorte, liefde, seksualiteit, groei en ouderdom, in haar werk komen alle facetten van het leven voorbij. 

Koester de begeerte

Laatste omhelzing

Met het zelfportret Koester de begeerte geeft de kunstenaar zich letterlijk en figuurlijk bloot. Zij bekijkt zichzelf, haar lichaam en haar seksualiteit. De vrouw gezien door de ogen van een vrouw. De 'female gaze', het vrouwelijk perspectief, loopt als een rode draad door het oeuvre van Bennink. Wat opvalt is de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, de actieve rol die de vrouw inneemt en haar niet geïdealiseerde lichaam.  

Boven: Pake / Onder: Ik en mijn minnaar 3

Boven: Het beroofde land / Onder: Simmer

Ik en mijn minnaar 1

En op haar website: De mens staat centraal in de monumentale bronzen beelden van Natasja Bennink. Zorgvuldig bestudeert ze de anatomie en de verhoudingen van haar model en brengt deze over in klei. Zodra de basis klopt, neemt de expressie het over; typerend voor haar stijl zijn de vrije, rauwe toets en de opzettelijke reductie van vormen. Zo ontstaan beelden die de figuratie doelbewust overstijgen. Het menselijk lichaam functioneert als drager van een achterliggend concept, waarbij verbondenheid vaak de rode draad is. De mens verbonden met zijn tijd, de vrouw verbonden met haar lijf, geliefden in een kus verbonden met elkaar of bewoners verbonden met hun gemeenschap. 

Ons dagelijks brood



In het museum speelt een fascinerende video waarop je het maakproces kan zien van één van de beelden die nu in de stad staat. Hiernaast een andere video. Geweldig zo met je handen in de klei, en dan kunnen vormgeven wat je in de hoofd hebt. De rauwheid spreekt me enorm aan, niet dat gladde, maar de streken van de vingers zo duidelijk achtergelaten in het materiaal. De mens die nooit af is, alsof het werk zo weer voortgezet kan worden. 

Op naar het tweede museum: het Marius van Dokkum museum, het enige geregistreerde museum in Nederland van een levende kunstenaar. Het museum is gevestigd in de voormalige Snijkamer van de Universiteit. Hier ontleedden de professoren destijds onder toeziend oog van hun studenten lichamen tijdens de zogenoemde anatomische lessen. Als kind wist Van Dokkum al dat hij kunstschilder zou worden. Omdat hij tijdens zijn studie de voorkeur gaf aan realistisch werk kreeg hij het advies door te gaan voor illustrator en vormgever. Zijn werk is heel divers; portretten, stillevens, landschappen, illustraties voor kinderboeken en vrij werk.

Illustratie uit één van de kinderboeken over Opa Jan, als uithangbord op straat voor het museum.

Schoenen Japie Jakkes

Anatomische les


Hij heeft een reeks met de peer als onderwerp. Op zijn website: De peer heeft een komische vorm. Als je ze rechtop zet lijken het net vogels. Bovendien zijn ze vanwege de rondbuikige vorm een toonbeeld van welvaart. 

Oppas opa en oma

Ik voel me rot


Het doet me denken aan de gedichten van Toon Hermans. Soms krijg je er een glimlach van, soms een lach en soms vind ik het wat flauw. Maar over het algemeen vermakelijk en goed gemaakt. 

Knoflook

Uienstilleven

Meegaan met je tijd

Zoals de ouden zongen

Museumbezoekers

Groen!

Mannenhuishouden

Liefde vergaat niet

Weerstandem

Na corona

Turbo

Onder en boven: illustratie uit één van de kinderboeken over Opa Jan

Smeepoortenbrink

De ouderwetse bakkerij aan de Kleine Marktstraat

huizen aan de Vischmarkt

Na het museum ga ik de stad in. Harderwijk kreeg in 1231 stadsrechten. Vanaf dat moment ontwikkelde de stad zich snel tot een vooraanstaande handelsstad. In het centrum veel oude panden, met planten en zitjes voor de deur. In een ander leven, een leven met andere keuzes, had ik ook in een huis gewoond met planten voor de deur, en zat ik op een bankje te praten met mensen uit de straat.
De Smeepoortenbrink was een marktplein waar van alles verhandeld werd door handelaren uit de omgeving. Zij kwamen de stad binnen via de Smeepoort. Op de Vischmarkt werd vooral koren, graan en vis verhandeld. Maar ook zout, haring en stokvis uit Scandinavië, pelzen en bont uit Rusland en hout en graan uit Polen. 

Natasja Bennink, wiens beelden in het Stadsmuseum te zien zijn, heeft van het museum de opdracht gekregen om 12 bronzen beelden te maken die een permanente plek krijgen in de historische binnenstad. Een aantal van die beelden zijn al geplaatst, de anderen volgen in het najaar. In de Middeleeuwen bevond zich het Catharinaklooster aan het Kloosterplein. Er was een kloosterkerk met een ommuurde tuin en een gebouw waar de nonnen woonden. Aan de gevel van dat pand zijn nu de handen van een non bevestigd die een rozenkrans door haar vingers laat gaan. Na de Reformatie werd Harderwijk Protestants. De Rooms-Katholieke kloosters moesten hun bezittingen afstaan. De gebouwen van het Catharinaklooster werden in gebruik genomen door de Universiteit van Harderwijk.
Het andere beeld staat bij de Vischpoort. Het meisje neemt afscheid van haar geliefde. Een laatste kus, hij gaat naar zee. De visserij is eeuwenlang de ruggengraat van de Harderwijker economie. Hieraan komt een einde met de afsluiting van de Zuiderzee. 

Huizen aan de Blokhuis

Het Fraterhuis, later in gebruik als pesthuis

VOOR WIE IK LIEFHEB WIL IK HETEN

mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet
hoe moet ik mij geborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam

voor wie ik liefheb, wil ik heten.


Neeltje Maria Min

Een speelgoedschaap van Natasja Bennink op de stoep van het voormalige Burgerweeshuis. Ernaast ligt het gedicht van Neeltje Maria Min, wat mij altijd weer raakt, op de stoep. Ik besluit mijn bezoek met een drankje aan het Kerkplein. Hele leuke dag, mooie dingen gezien. 


«   »