Amerongen


Omdat ik de gebieden in eigen omgeving nu wel ken neem ik de bus naar Amerongen. Daar is een ANWB-wandeling die als volgt staat omschreven: De wandeling combineert het Cotlandenpad, een klompenpad door agrarisch cultuurlandschap, met een avontuurlijk struinpad door de uiterwaarden van de Neder-Rijn. Op de heenweg trekken landgoederen en boerenerven met ‘ouderwetse’ boerennatuur de aandacht: zwaluwen scheren door de lucht, een koekoek roept vanuit de bosjes en de weilanden kleuren geel van de boterbloemen. De
terugweg biedt een grandioos natuurgebied in de uiterwaarden, waar af en toe een zeearend gespot wordt.

Voor me lopen paard en wagen. Het is vroeg, de mist hangt nog in de lucht. Net als de belofte dat de zon nog door gaat breken vandaag.

Hier weet ik nog niet dat ik de verkeerde afslag heb genomen. Bij het bankje waarop het oudere echtpaar koffie zat te drinken had ik het klompenpad moeten verlaten en rechtsaf gemoeten. Maar ik bleef de oranje klompjes volgen en ging links. 

Op de dijk, bij de knotwilgen, probeer ik het routekaartje te begrijpen, zonder succes. Dan het klompenpad maar weer op, dat leidt vast ergens heen al weet ik niet wáár heen. Bij het begin van het pad staat een waarschuwing, in de wintermaanden kan het nogal nat en glibberig zijn. Een alternatief wordt aangeraden, een stukje over de dijk, en dan voorbij boerderij De Ark naar rechts om weer op het pad terecht te komen. Ik vind dat de winter voorbij is. Dus loop ik het pad op. Een man komt me tegemoet. "Is het begaanbaar?", vraag ik. Hij toont me zijn schoenen. Ik weet genoeg. Ik draai me om en loop naar de dijk. 

Hier heb ik inmiddels ontdekt dat ik verkeerd zit, al een tijdje. Hier heb ik er een paar flinke krachttermen uitgegooid. Om vervolgens in de routebeschrijving te lezen dat het struinpad door de uiterwaarden afgesloten is tot april. Zucht. Ik besluit dóór te lopen in plaats van terug. 

Bij dit schaap kan ik weer lachen. En in de volgende wei moet ik zelfs schateren als de schapen ieder op een eigen toonhoogte bleeeh roepen. Ik bleeeh terug. 

Ik verbaas me over de verschillende basten van bomen die naast elkaar staan. Ik hou wel van het kale landschap van dit seizoen. Hoe blij ik ook kan worden van de ontluikende lente, Maar soms doet de zachtheid van het groen me pijn en past het ruwe me beter. Het past bij deze tijd waarin iedereen een mening heeft en denkt die te moeten uiten. Een tijd waarin je niet een andere mening mag hebben, of helemaal géén mening, maar meteen moet worden overtuigd en geïntimideerd. Een tijd waarin zachtheid en nuancering soms ver te zoeken zijn.