11 juli 2018


Er zijn twee choreografen en dansgezelschappen die ik al heel wat jaren volg, Pina Bausch (Tanztheater Wuppertal) en Anna Teresa de Keersmaeker (Rosas).

In mei zag ik Achterland van Rosas en in juni Neues Stuck I van Tanztheater Wuppertal. Vanavond is er een ode van Anna Teresa de Keersmaeker aan Pina Bausch met als titel de graftekst van Pina: Mitten wir im Leben sind

Bij het Duitse gezelschap gaat het echt om danstheater, met een decor en attributen, meer beweging dan dans.
Bij de Belgen is het pure dans gecombineerd met pure muziek. 

Achter mij zitten drie Franse vrouwen. Ze fluisteren, ook tijdens de voorstelling. Frans gelispel kan best opwindend zijn maar niet in deze setting. Hen een aantal keer vragend aankijken helpt niet. Ik probeer me voor hen af te sluiten. Het lukt slecht.

Ik heb een jurkje aan met een v-hals op de rug. Ik vind ruggen mooi. Vrouwenruggen met name. Die lijn van de ruggengraat, de sierlijke schouderbladen vooral als de schouders iets naar achter zijn getrokken. De sensualiteit van een vrouw zit in de rug.
Ooit zag ik een dansvoorstelling getiteld 'Rug' met op het toneel een cellist en een vrouw die haar rug liet dansen. Prachtig. 

Bij een rug moet ik ook denken aan het beeld 'Danaïde' van Rodin. Aan de film over Rodin en Camille Claudel, de scène waarin Camille 's avonds zijn atelier in loopt en op een verhoging gaat liggen, in de houding van de Danaïde. Het is de avond dat hun verhouding begint.

De muziek van Mitten wir in Leben sind is prachtig, de cellosuites van Bach, live uitgevoerd door Michael Pomero. Het schijnt dat Bach de suites schreef rond de tijd dat hij zijn eerste echtgenoot verloor. De suites zouden het verhaal vertellen van verlies, van rouw en uiteindelijk, in de zesde suite, van het moment waarop het verdriet is overwonnen. Dit wordt echter niet te letterlijk uitgebeeld. 

Iedere suite wordt in gebaren aangekondigd door een kleine tengere vrouw, met zwarte krulletjes. Ze vervangt Anna Teresa de Keersmaeker, die vanwege een gebroken schouder zelf helaas niet mee kan dansen. Deze vervangster heeft echt een grappige uitstraling en als ze danst is dat zo lichtvoetig dat het me vertederd. Ze introduceert elke danser met een breed gebaar. De suites worden ieder grotendeels aan één danser toegekend, drie keer een man, één keer een vrouw, één keer staat de cellist centraal. Als Bach het met één cello kan stellen, dan moet zij het ook met één danser kunnen, was het devies van de choreografe. De muziek stuurt de dansers aan.
Een noot is een stap, een draai, een sprong. 

Iedere suite begint met het tekenen van geografische figuren met tape op de grond. De dansers vertolken met hun lichaam de emoties uit de verschillende suites, via beweging, tempo, energie. Halverwege iedere suite komt er een tweede danser bij. Ik merk dat ik meer houd van dans door meerdere mensen. De relatie die zij aangaan spreekt meer tot mijn verbeelding. Is dat niet ook de leidraad in mijn leven, dat de relatie met anderen meer tot de verbeelding spreekt dan de relatie met mijzelf? Het doet me denken aan de beelden van Juan Munoz, de mensen met bolle onderkant, als tuimelaars, die in een ruimte ten opzichte van elkaar worden neergezet en daardoor automatisch een verhaal vormen. 

Ook doet het me denken aan een oefening die ik ooit op de dramaschool kreeg, bij bewegingsles.
Heel simpel. Een ruimte, mensen aan weerszijden. Ieder heeft zijn eigen baan en loopt daarin naar de overkant. Je bepaalt zelf hoe je loopt, met welke beweging en in welk tempo. Je hebt geen direct contact met de andere lopers maar je probeert toch een relatie aan te gaan.
Aan te voelen wat de situatie nodig heeft: meegaan of tegenwerken. Soms stap je eruit om te kijken.
Een lesje geluidloos samenwerken, aanvoelen en heel goed luisteren naar dat wat niet gezegd wordt. 


«   »