De Nieuwe Ooster

Een waarschuwing vooraf. Heb je moeite met foto's van overleden mensen, of van afscheidsdiensten, sla dit verslag dan over. Ik beschrijf hierin een bezoek aan uitvaartmuseum Tot Zover. Daar zijn momenteel o.a. exposities over doodsportretten en eet- en drinkgewoontes rond de dood te zien. Ik vind dat interessant, maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen hierop zit te wachten. Ik heb de betreffende foto's bewust iets verderop in het verslag gezet, zodat je er niet meteen mee wordt geconfronteerd. Na het museum heb ik de naastgelegen begraafplaats bezocht en zijn er foto's van grafstenen te zien.

Het museum opende zijn deuren voor het publiek in 2007 in de oude directeurswoning van begraafplaats en crematorium De Nieuwe Ooster in Amsterdam. De vraag 'hoe gaan we om met de dood' staat centraal. Met tentoonstellingen vertelt men over het verleden, heden en toekomst van onze omgang met de dood. De omgang met de dood zegt veel over wie we zijn, onze afkomst en de tijd waarin we leven. De dood leeft als onderwerp en veel mensen hebben vragen of willen ervaringen of gedachten delen. Museum Tot Zover is als enige museum in Nederland gespecialiseerd in de thema’s dood, uitvaart en gedenken. Het museum belicht de dood in al haar facetten, met speciale aandacht voor de rituelen en gebruiken rondom de dood in verschillende culturen. De vaste collectie bestaat uit funeraire kunst en een verzameling objecten die een relatie hebben met de geschiedenis en hedendaagse uitvaartcultuur van Nederland. Het museum organiseert daarnaast exposities op het gebied van (hedendaagse) kunst, fotografie en geschiedenis. Naast tentoonstellingen biedt het museum ook educatie en voorlichting over dit onderwerp.

Al sinds mijn pubertijd ben ik gefascineerd door de dood. Mogelijk teweeg gebracht door de zeer plotselinge dood van Sammy, een vijftienjarige populaire schoolgenoot toen ik zelf twaalf was. Het was het eerste overlijden dat ik bewust meemaakte. De bedrukte sfeer op school, en het bijna feestelijke karakter van de afscheidsdienst maakte grote indruk op me. 

In de jaren erna bezocht ik regelmatig begraafplaatsen. Ze gaven me rust. Daarnaast vond ik de teksten op grafstenen interessant. Het zijn als het ware samenvattingen van hoe iemand geleefd heeft. Of hoe iemand gezien is. Zo las ik ooit 'Moeder, haar leven was werken'. Daar moet ik dan wel even bij zuchten. 

Mijn fascinatie breidde zich de laatste jaren uit naar de fase rond het sterven. Ik was aanwezig bij het heengaan van mijn vader en deed vrijwilligerswerk in een hospice. Ik verdiepte mij in stervensprocessen en uitvaartmogelijkheden. 

Eten bij afscheid en rouw

Voedsel speelt op allerlei momenten rondom het sterven een rol. In de sterffase worden de hapjes steeds kleiner en is er plek voor het laatste wenseten. 

Eten en drinken tijdens uitvaart en rouw zijn heel belangrijk. Het geeft verkwikking bij verdriet en helpt omgaan met de dood. Een gezamenlijke maaltijd biedt een simpele manier om een rouwritueel vorm te geven. Eten geeft troost en schept een klein moment van genot, over de grenzen van pijn heen. 

Nederland heeft een rijke traditie op het gebied van rouwkost. Deze culinaire gebruiken veranderen mee met de tijd. Er is nog steeds de gebruikelijke koffie en cake, maar er wordt ook feestelijk gegeten en geborreld. 

Eten en drinken tijdens de uitvaart

Tot voor kort was het gebruikelijk dat er ná de uitvaartplechtigheid werd gegeten en gedronken. Maar tegenwoordig is er meer variatie gekomen wat betreft ruimte, plaats, tijd en invulling van de rituele elementen. Ook de volgorde dus. Mensen doorbreken het protocol en maken soms een keuze die echt past bij de identiteit van de overledene. Een drankje in de hand maakt de plechtigheid informeler.

Gerard leefde in een woongroep voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij lag opgebaard in zijn kamer en in de ruimte daarnaast werden foto's geprojecteerd, taart gegeten en fris gedronken. 

Arie was een boer in hart en nieren en werd dus ook opgebaard in de deel van zijn boerderij. Tijdens een informele afscheidslunch konden de vrienden en familie, in het bijzijn van Arie, verhalen aan hem ophalen. 

Lekkers mee in de kist

Voedsel of geschenken meegeven aan een dode komt voor in verschillende oude culturen. Iets dierbaars in de kist leggen is nog steeds gebruikelijk. Het gaat om objecten die onlosmakelijk verbonden zijn met de overledene. Vaak zijn het brieven, foto's, bloemen, knuffels of tekeningen. Maar sommige mensen geven etenswaren mee voor 'onderweg'. Het gaat dan vaak om het lievelingseten van de dode. 

Ramon hield van pringels, chips, drop, Radler en San Miquel bier dat hij altijd dronk tijdens familievakanties in Spanje. 

Pot piccalilly mee, Opa deed het overal op, een gewoonte van generaties terug.

De opbaring is thuis. Emma neemt afscheid van haar vader met een kop ijskoffie, zijn favoriete drankje.

Na de uitvaart / de koffietafel

Bij een begrafenis of crematie wordt doorgaans direct na de uitvaartplechtigheid eten geserveerd. Napraten met een hapje en drankje verzacht de emotie. Volgens cijfers van Dela drinken de meeste Nederlanders koffie en thee, en eten ze vooral veel broodjes na afloop. De bitterbal en de cake gaan redelijk gelijk op. Er komt wel steeds vaker alcohol op tafel maar ondanks de vele mogelijkheden zijn Nederlanders verrassend conservatief over hun eigen afscheid of die van hun naaste. 

Waar in voorbije eeuwen de koffietafels doorgaans thuis georganiseerd werden, gebeurt dat sinds midden vorige eeuw vooral in zaaltjes. Nederlandse crematoria en uitvaartcentra zijn uitgerust met één of meerdere eetzalen. Meteen na de afscheidsdienst verzamelen alle gasten zich hier. Terwijl je op je beurt wacht om de familie te condoleren, schenkt het personeel koffie en thee met cake. Vaak zijn er ook belegde broodjes of hartige snacks. 

Extra bekend is de Brabantse koffietafel. Stevige soep, koffie, krentenmik en kadetjes met ham en kaas geserveerd op lange tafels met geblokt tafellaken. Deze traditie uit ca. 1900 komt voort uit de gewoonte om bij katholieke begrafenissen een uitgesteld ontbijt te serveren. Men kwam van ver, te voet of met de fiets, en moest nuchter naar de uitvaartmis. Dan had je wel trek na afloop. Bij een protestantse dienst werden versnaperingen ook wel van tevoren geserveerd. 

Koffietafels zijn vaak net een reünie. Voor de nabestaanden is dat betekenisvolle rouwarbeid; er worden verhalen gedeeld en er ontstaat een rijker beeld van de overledene. Het versterkt het idee dat je rouwen niet alleen doet. 

Opa was een echte Bourgondiër. Daarom koos de familie voor een herkenbaar portret op de kist, eentje waarop hij geniet van iets lekkers. Zijn kleindochter laat het zich goed smaken op de dag van het afscheid. 

Op de koffietafel-kaartjes worden 'instructies' gegeven voor de bezoekers. 
'Het is goed zo. U mag zonder en hand te geven weggaan. Fijn dat u er was.'

Collega's die Gerrit, een filiaalchef bij Kwik-Fit, nog heeft opgeleid, eten een hartige snack na afloop van zijn afscheidsdienst.   

Op een lege stoel in de eetzaal staat de foto van een overleden man. Zijn dochter heeft er een gevuld glas met een wrap bij geplaatst, zodat hij toch een beetje mee eet. 

De overledene kreeg een Marron-uitvaart. Op de dag vòòr het afscheid was ook een bijeenkomst. Volgens traditie wordt er na afloop iets te eten mee gegeven. 

Eten en de dood

Er hangen ook borden met interessante informatie over de combinatie eten en de dood. Hieronder een aantal fragmenten.

Leedbollen

Vanaf de late Middeleeuwen bestelde men bij de bakker speciale koek- en gebaksoorten als krakeling, begrafenisbeschuit, peperkoek en eierkoek. Bijna elke streek had zijn eigen variant: in het noorden de pleverkoek en de poffer met zwarte krenten en maanzaad. In het oosten de krentenwegge, in het zuiden de zwarte pruimenvlaai en in Brabant en Vlaanderen waren er 'bestellen': ronde koeken van tarwebloem, met een putje in het midden. Deze symboliseerde de oneindigheid van het leven. 

Er werd rouwbrood gegeten en leedbollen: gekruiste krentenbollen die van binnen letterlijk zwart zagen van de krenten. Groevebrood en lijkkoeken werden aan de personen gegeven die de uitvaart hadden bijgewoond en nog een heel eind terug naar huis moesten.

Eeuwenlang was het traditie om bij begrafenissen brood aan de armen uit te delen. Bedelaars verzamelden zich na de mis of na het dodenmaal op de stoep. Het ritueel had vooral als doel om via liefdadigheid het zielenheil van de dode af te smeken.  

Burenplicht

Het kook- en bakwerk werd eeuwenlang door de buren gedaan. Het was een plicht voor iedereen, ongeacht positie of stand. De buren links, de kook naobers, zorgden voor de begrafenismaaltijd.  De rechterburen waren druk met aanzeggen en afleggen. 

In de stad ontvingen de gildebroeders geen geldelijke beloning voor hun uitvaarttaken, maar spijs en drank. Zo kregen dragers in Tilburg in 1767 'twee beschuiten en twee flessen jenever'. In Helmond kregen ze in 1618 een halve ton bier en rundvlees.

Het groevemaal ontaardde vaak in een bras- en smulpartij. Maar daar kwam een einde aan. Tussen 1860 en 1880 werd in vrijwel alle dorpen de warme begrafenismaaltijd vervangen door een eenvoudige boterham met koffie. 

Na de Tweede Wereldoorlog zijn de zorgtaken bij een overlijden grotendeels overgenomen door professionele cateraars en  uitvaartondernemers. 

Apenlepels

Een bijzondere Nederlandse zilveren sierlepel ter nagedachtenis aan een overledene. Deze zogenaamde apenlepels werden als geschenk uitgedeeld aan dragers in Nederland, eind 19e eeuw. Het primaire gebruik was bij het serveren van een populaire cocktail van warme grog en een mix van rum, water en krenten. Door de gehamerde gaatjes in de schep stroomt de drank weg en blijven smakelijke krenten over. Door zijn vorm blijft de lepel makkelijk aan de rand van een kom hangen. 

De steeleinde vormt. een figuurtje die doorgaans wordt aangeduid als zielenweger. Het kan echter ook het aapje uit de naam apenlepel voorstellen. Historisch taalgebruik kende de uitdrukking 'aan de aap zuigen', als term voor dronkenschap

Koffie

Dertig jaar geleden stond Nederland op z'n kop vanwege de reclame 'Is er koffie na de dood?' Het ging erom een taboe te doorbreken en mensen op een eigentijdse manier bewust te maken van de keuzevrijheid rondom hun uitvaart. 

Koffie is sinds de 19e eeuw de populairste begrafenisdrank. Cafeïne heeft een oppeppend effect. Maar koffie wordt ook als perfecte geurvreter geadviseerd. 

Vroeger werd onder het sterfbed een schoteltje koffiedrap gezet, om nare geurtjes van het lijk te weren. Bij de huidige overledenenzorg gebruikt men chemische middelen. Maar soms wordt er ook nog een Senseo koffiepad in de kussensloop van de overledene gelegd als alternatief.  

Altijd feest

De Amsterdamse chef-kok Michiel van Berge (38) overleed in 2006 na een ongeluk. Hij stond bekend als sprankelende voedselkunstenaar met een grote liefde voor themafeesten. Zijn afscheid kwam in het teken van eten te staan. De kinderen, vrienden en familie deden allemaal mee om een groots opgezet kook- en eetspektakel neer te zetten in zijn stijl.

Voor het afscheid werd een speciale bonbon ontwikkeld Zijn dochter maakte tissues voor alle bezoekers. 

Michiels tiende sterfdag was aanleiding voor het themafeest Come in colours. Dierbaren komen bijeen om gerechten te maken ter herinnering. Er is een Altaart met allerlei aandenkens en appeltaart. Er wordt twintig meter verbindende worst in de pan gerold en gebakken. Er zijn performances met koud ijs. 'De tranen zijn opgedroogd' staat op de zelf geborduurde servetten, waarin zout is gebundeld voor het diner. 

Travelers

Al in de zestiende eeuw worden doodsportretten geschilderd. Het zijn documentaties van een bijzonder moment, een moment van overgang en tegelijk een laatste bewijs dat iemand heeft geleefd. De band die er was wordt doorgetrokken tot na het overlijden. Een overleden kind blijft bij de familie horen en het portret laat dat zien. Zeker als er nog geen andere portretten van het kind bestaan. Portretten reizen met families mee totdat er geen behoefte meer aan is, bijvoorbeeld omdat de overledene niet meer wordt gekend. 

Het museum toont een deel van de fotoserie Travelers van Elizabeth Heyert. De geportretteerden dragen feestkleding. Als je Jezus gaat zien, moet je er mooi uit zien, vinden de nabestaanden. Na hun overlijden zijn ze zo gekleed door Isaiah Owens, uitvaartondernemer in Harlem, New York. Hij werkt volgens een oude Afro-Amerikaanse traditie uit het zuiden van de Verenigde Staten. Owens legt de gestorvenen af, kleedt ze mooi en verft hun haar als dat nodig is. 

Martha Webb

James Earl 'Jay Moe' Jones

Daphne Jones

Raymond E. Jones Sr. 

Rosie Inez Miller

Post-mortemfoto's omstreeks 1900

Vanaf 1865 werd fotografie bereikbaar voor meer mensen. Er was vooral behoefte aan portretten. Dat gebeurde eerst in professionele fotostudio's en later bij mensen thuis. Vanaf ca. 1920 kochten mensen ook zelf camera's. Het zijn voornamelijk overleden kinderen die werden gefotografeerd. Vaak ging men op weg naar de begrafenis eerst langs de fotostudio. 

Tekenen van liefde

Kunstenaar Clemens Merkelbach van Enkhuizen tekende twee jaar lang portretten van zijn stervende vriend Gerard Spruyt. De serie van 67 tekeningen vormt een aangrijpende registratie van het sterfproces en is een ode aan de liefde.

De kunstenaar bezocht Gerard iedere dag in het ziekenhuis en later het verzorgingshuis. Soms is hij wakker, vaak in diepe slaap. Gerard is blij als hij Clemens ziet tekenen aan zijn bed. Het is verstilde communicatie. De serie portretten laat een geleidelijke verzwakking zien. Met iedere lijn fixeerde Clemens wat hij dreigde te verliezen. Zijn emoties zette hij om in vakkundige aandacht en precisie.

Vaste presentatie

In een deel van de vaste tentoonstelling is aandacht voor rituelen bij verschillende nationaliteiten , culturen en religies. Vanaf de jaren 60 doet de multiculturele uitvaart zijn intrede. Elke bevolkingsgroep gaat anders om met de dood. Sinds de late jaren 90 zien we veel rituele creativiteit en staat de persoonlijkheid van overledenen centraal.

Een onderwerp dat me zeer aanspreekt. Ik kwam er jaren geleden mee in aanraking door het fotoboek Een Laatste Groet van Marrie Bot. De uitvaartrituelen en rituelen bij de verschillende culturen interesseren me enorm, ook door mijn contact met nieuwkomers. 

Persoonlijke uitvaart

Merijn Luchtmeijer is op 29-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van MS. In de laatste fase van zijn leven heeft hij een scenario geschreven voor zijn uitvaart. Hij wilde geen standaarduitvaart, maar een uitvaart met een informele sfeer. Zoals hij geleefd heeft wilde hij ook sterven. 

De uitvaart van Merijn staat symbool voor de nieuwe, persoonlijke uitvaartrituelen in de Nederlandse doodscultuur. Deze worden gekenmerkt door individuele verschillen, variaties in uitvoering, binnen een herkenbare structuur. Opmerkelijk is de terugkeer van oude gebruiken, zoals de thuisopbaring en het zelf dragen van de kist. 

Surinaamse Hindoes

Surinaamse hindoes kennen uitgebreide rituelen rondom het overlijden. De zieke krijgt water uit de Gangesrivier, de levensader van hun religie. Een priester bidt en leest voor uit de Bhagavad Gita.

De overledene wordt gewassen en afgelegd door familie. Het rouwbezoek is massaal. Thuis vinden elke avond tot de uitvaart rouwdiensten plaats. Vlees en alcohol zijn tijdens de rouw taboe. 

Hindoes worden altijd gecremeerd. Op de dag van de crematie is er in het rouwcentrum een uitgebreide offerdienst voor het zielenheil van de overledene. Die wordt beschenen door een kaarsje op een koperen schaal, een diyaa. Het lichaam wordt besprenkeld met geurig water. Tot besluit strooien de aanwezigen bloemblaadjes en kruiden over de dode.  

Bij de verbrandingsceremonie is alleen de naaste familie aanwezig. Op de borst van de overledene wordt een diyaa geplaatst en de oudste zoon zet de verbranding in werking. De as wordt later op zee verstrooid, soms vermengd met melk. 

Surinaamse creolen

Ook Surinaamse creolen kennen uitbundige uitvaartrituelen. De meeste creolen zijn christelijk, maar geven daarnaast ook ruimte aan de wintireligie. De leden van de aflegvereniging, de dinari, spelen een belangrijke rol. Zij wassen en kleden de overledene en begeleiden hem naar het graf. Zij zijn altijd in het wit gekleed en worden symbolisch betaald met een half witbrood, kaas, een ei en een fles drank. 

In het rouwcentrum wassen de dinari de overledene met een mengsel van kruiden, zuuroranje, rum en enkele druppels formaline. De dode wordt mooi aangekleed. In de kist liggen kleding en persoonlijke bezittingen. Tot slot wordt er gezongen en rode wijn gedronken. 

Na een korte rouwdienst gaat de kist op de schouders naar het graf. Vaak gaat een bazuinorkest de lange stoet voor. Met danspassen en schijnbewegingen voorkomen de dragers dat de geest van de overledene kan volgen. 

Soms neemt men zeven dagen na de uitvaart een ritueel kruidenbad. Deze verbreekt definitief de band tussen de levenden en de dode.

Joden

Joodse uitvaartrituelen zijn sober. Er is geen ruimte voor persoonlijke invulling. Voor God is iedereen gelijk en de ziel stelt weinig belang aan materiële zaken. Daarom draagt iedere overledene dezelfde witte katoenen lijkkleding en zijn er geen bloemen. Mannen krijgen in de eenvoudige kist een gebedsmantel mee, waarvan de gebedskwasten zijn doorgesneden. De overledene heeft immers geen religieuze plichten meer. De rituele wassing wordt uitgevoerd door een joodse begrafenisvereniging, bestaande uit vrijwilligers. Na de wassing wordt wat Israëlisch zout in de kist gedaan. 

Het is voor joden een religieuze plicht de uitvaart bij te wonen. Bij het graf wordt het belangrijkste gebed uitgesproken. De aanwezigen scheppen zelf het graf vol zand. Als eerbetoon maakt men vòòr de begrafenisdienst scheuren in de eigen kleding.

Volgens de Thora moeten doden zo snel mogelijk worden begraven. Direct na de begrafenis krijgen nabestaanden een troostmaal, bestaande uit hardgekookte eieren en brood. Dat is tegelijk de start van de eerste intensieve week van rouw. Men zit dan zeven dagen lang op lage stoeltjes. Ze bevindt men zich symbolisch dichtbij de aarde waarin de dode is begraven. De gehele rouwperiode duurt meestal dertig dagen. Aan het einde van het rouwjaar is de steenzetting op het graf. In plaats van bloemen worden kleine kiezels op het graf gelegd.  

Moslims

Bij een uitvaart van een moslim geen muziek, weeklagen of toespraken. Het dode lichaam wordt ritueel gewassen door familie, vrienden of leden van de gemeenschap. Er zijn 3 wassingen. Door het water van de 1e wassing worden vaak musk, lotusbladeren of oranjebloesem gemengd. Door de 2e wassing fijngewreven kamfer. De 3e spoeling bevat alleen water. Daarna volgt het inwikkelen van het lijk in een katoenen lijkwade. De lijkwade van een man bestaat uit 3 doeken in navolging van Mohammed. Een vrouw wordt in 5 doeken gewikkeld. 

De overledene moet eigenlijk binnen 24 uur worden begraven. In Nederland houdt men zich aan de wettelijke termijn van 36 uur. Steeds meer begraafplaatsen hebben islamitische grafpercelen, waardoor repatriëring minder gebruikelijk wordt. Een probleem is alleen dat eeuwige grafrust niet kan worden gegarandeerd. Moslims worden begraven op de rechterzij, met het gezicht richting Mekka. 

Moslims kennen een condoleanceperiode van 3 dagen en een rouwperiode van 40 dagen. Gasten krijgen altijd een maaltijd: buren en kennissen nemen die taak op zich. Men hoort niet te lang stil te staan bij verlies, alles op aarde is tenslotte tijdelijk. 

Chinezen

Bij Chinezen zijn ideeën over het hiernamaals, geesten en het vereren van voorouders springlevend. Overledenen worden in een rouwcentrum opgebaard door de uitvaartondernemer. De familie raakt het lijk zelf niet aan, uit angst voor verkorting van het eigen leven. De haren worden gebroken met een kam die vervolgens wordt gebroken. 

Rituelen stemmen de goden en de dode ziel gunstig. De ziel moet een reis maken naar het paradijs. Deze reis voert langs hete en koude ervaringen, hellen genoemd.. Daarom gaan dekens en warme kleding mee in de kist. De nabestaanden geven zaken mee die van pas komen tijdens de zware hellenreis: papieren objecten (van sneakers tot mobieltje) gaan in symbolische vorm mee met de ziel. Met het hellengeld kan de ziel onderweg kwade geesten afkopen.

Tijdstip en plaats van begraven zijn van invloed op de relatie met de voorouders. Ingehuurde dragers brengen de kist naar het graf. Familieleden strooien kleine witte papiertjes rond; witgeld om tegen kwade geesten te beschermen. Als de kist zakt, keert de familie de rug toe, zodat de geest van de overledene niet met ze mee naar huis kan.

Na de begrafenis krijgen nabestaanden een gelukszakje. Daarin zit een geldstuk, snoep, soms draad en naald of witte zakdoek. Gezinnen brengen op zijn minst jaarlijks een bezoek aan het graf op een speciaal festival. Dat heet ook wel Graf-vegen-dag.

Waarom zijn uitvaartproducten niet gewoon te koop in winkels op een meubelboulevard? ? Ontwerpers Van Lomwel en Hooreman creëerden een hoax door Dödlik instructiefolders te verspreiden, met de suggestie dat Ikea een nieuw product op de markt zou brengen. 

Dit haarboeket werd in 1871 gemaakt door Jan Willem de Hoog als verjaardagscadeau voor zijn vader. Hij gebruikte haar van beide ouders, en alle negen kinderen. Bovenop de vitrinekast staat een houten urn die half bedekt wordt door een sluier. Dit staat voor het afdekken van het leven.

Geuren brengen herinneringen tot leven. De smaak van wat je eet is grotendeels door geur bepaald. Aan het eind van het leven, als de zintuigen worden uitgeschakeld, is reuk de hekkensluiter. Culinair etnoloog Carolina Verhoeven en eurkunstenaar Frank Bloem hebben speciaal voor het museum een geurenpalet samengesteld. Wie gelooft in een hiernamaals kan fantaseren over de geur ervan. Deze hemelse geur kenmerkt zich door bedwelmende bloemengeuren van lelies, rozen en jasmijn. Het heeft bovendien de warmte van kruidnagel, die je beschermt tegen duistere krachten, en de geestverruimende werking van galbanum.  

Een post-mortemschilderij van Nicolaes Maes. De bloemenkrans op het hoofd van het meisje geeft aan dat het kind dood is. Het beschermt tegen het kwaad. Het meisje leunt op de rand van het bassin van een fontein, die reinheid en onschuld symboliseert. Kinderen werden in die tijd vaak als kleine volwassenen afgebeeld. 

Urn in de vorm van een gezicht. Ik weet niet of het het gezicht is van de overledene. 

Voor als je doodgaat

Theatermaker Hanna Timmers sprak met tientallen inwoners en professionals uit Leidsche Rijn over sterven en dood. Samen met vormgever Gerbrand Bos maakte zij deze installatie bestaande uit allerlei kistjes, waarin deze verhalen voor even tot leven komen. Met Voor als je dood gaat hopen de makers het gesprek over sterven en de dood gemakkelijker te maken. 

Ik plaats hieronder een paar van die verhalen. 

Verhaal 1: Jet

Echt iedereen kwam langs om steun te betuigen: familie, vrienden, buren, mensen die ik nauwelijks kende. Op een gegeven moment kwam er een nicht zomaar binnengestormd. Als een soort rouwende en klagende vrouw viel ze om me heen en ik dacht: dit is niet goed. Dit kost energie en ik heb alle energie nodig voor de kinderen, en voor mezelf. Dus hing mijn familie een briefje op de deur: Jet wil rust, niet aanbellen. 

De dag nadat het gebeurde ben ik ook direct zelf de kinderen naar school gaan brengen. Ik had wel afgesproken dat ik na half 9 kwam en niet als dat hele schoolplein vol zou staan. Ik wilde laten zien: 'Ik ben jullie moeder. Jullie zijn mij niet kwijt.'

In Soest is het wel alsof je door Carré fietst, nog steeds. Het is natuurlijk ook een groots verhaal: jonge moeder raakt man kwijt aan drugs. Ik zou zelf ook kijken. 


Verhaal 13: Louis

Toen mijn zus onverwacht dood ging, was ik heel verdrietig en voelde me heel erg verlaten. En ik was boos en teleurgesteld om hoe ze dood ging. Vaak zit boosheid bij mij als eerste emotie rondom de dood. Eerst boos, dan verdriet. Daar is vanuit mijn omgeving en over het algemeen weinig aandacht voor, voor boosheid. We zouden met elkaar veel bozer mogen zijn als een dierbare overlijdt.

Mijn zusje liet een dochter na. Een jong meisje nog. Ze zeiden tegen haar: je moeder zit op een wolk. Maar dat zeg je toch niet? Dan heeft zij het idee dat haar moeder altijd over haar schouder meekijkt. Dat is niet goed. Dat is vreselijk. 

Ik word ook kwaad als het gelijk over de postzegels gaat. Is iemand dood, moet je meteen aan al die praktische zaken beginnen. Nee. Toen mijn vader dood ging, zijn we na 5 minuten een wandeling gaan maken. Eerst naar buiten. Je moet ook stil kunnen staan bij jezelf, je verdriet. Eerst met elkaar herinneringen delen, daarna pas regelen wat moet en nodig is.

Verhaal 2: Gerrie

Zijn vrienden waren in die tijd van de kale koppen en van de zwarte jasjes. Later hoorde ik dat de uitvaartondernemer dat geen pas vond hebben. Maar wat was het mooi dat die jongens in die outfits van hen gewoon die kist door het dorp droegen. Dat was echt indrukwekkend.

Die vrienden kwamen nog jarenlang langs op de sterfdag. Dat hebben we 5 jaar gedaan. Eigenlijk had ik het na 4 keer wel gehad. We moesten er met de vakantie altijd rekening mee houden. We wilden ook weer vrijheid. We wilden weer vooruit kijken, en niet alleen maar terug. 

Het is inmiddels 26 jaar geleden. Negen maanden geleden zijn we hier in Leidsche Rijn komen wonen. Toen we wisten dat we gingen verhuizen heb ik de doos erbij gepakt. De doos met alle kaarten en linten van die tijd. Ik heb alles nog eens gelezen en daarna verbrand in de open haard. Het hoefde niet mee naar dit huis. Een nieuwe start leek me goed.


Verhaal 12: Martine

Ik wist dat we alle hulp hard nodig zouden hebben, niet alleen in die eerste week, maar in de komende jaren. Dus ik heb direct nagedacht over hoe mensen om ons heen konden gaan staan. Tijdens de uitvaart in de kerk heb ik dat ook gesymboliseerd door mijn familie letterlijk in een cirkel met kaarsen om ons heen te laten staan. Maar ook bedacht ik hoe de buren te betrekken. Zij verzorgden de koffie tijdens de condoleance bij ons in de tuin.

En ook de gemeenschap van de kerk stond om ons heen. Zo kwam een man van de kerk iedere week stofzuigen. Dat helpt. Ook voor het sociale. Een vriendin appte op een ochtend of ik mee ging wandelen. Precies de goede dag, anders was ik zeker in bed blijven liggen. Er werd voor ons gekookt, vijf maanden lang. Met kerst vond ik het wel weer genoeg. En een vrouw van de kerk stelde voor om de ramen te komen zemen. Dat leek me wel wat, maar toen appte ze: 'ik heb iets beters gedaan: 'er komt dit jaar een aantal keer een glazenwasser langs'. Kijk, dat zijn dingen waar je wat aan hebt. Hoe concreter hoe beter. Concreet helpt. 

Verhaal 6: Anouk

Mijn vader had drie treintijden opgeschreven en de middelste omcirkeld. Die moest het zijn. 

Ik was 23. Mijn vriendinnen wisten niet wat ze moesten zeggen. Ze zaten schaapachtig tegenover me. Dat is niet erg. Ik weet nu soms ook niet wat ik tegen vriendinnen moet zeggen die met heel andere dingen bezig zijn. Zo gaat het. Je weet het pas als je het meemaakt.

Het is zelfdoding. Niet zelfmoord. Mijn vader heeft het gewoon gedaan, omdat het nodig was. Voor hem. 

Ik ben weleens op de IJsseldijk gaan liggen, tussen het hoge gras. En dan dacht ik: neem me maar op. Zo is het goed. Zo moet mijn vader ook zijn gaan liggen. Liggen en denken: nu komt het goed. Zo meteen komt de trein van 21.04 eraan en dan is het over. 


Verhaal 14: Freia

Ik weet nog dat ik het direct helemaal voor me zag toen we wisten dat hij ziek was. Hoe hij dan op ons bed zou sterven en daar had ik helemaal geen goed gevoel bij. Het heeft toen nog vier jaar geduurd. Hij is niet thuis gestorven en dat vond ik wel een opluchting. Hij stierf in Geldrop, het dorp waar hij is opgegroeid. De cirkel was voor hem daarmee rond. Hij is ook uitgestrooid op het voetbalveldje waar hij vroeger altijd speelde.

Op de dag dat hij overleed was het volle maan. Die scheen zo de kamer in. En toen we die avond met de kinderen naar huis reden hing de maan groots laag, zo recht voor de auto. Joost reed met ons mee leek wel. Dat was zo mooi. Daarna pakte een vriendin thuis voor onze kinderen een boekje uit de kast. Viel zo Papa, pak je de maan voor mij eruit. Net een teken.

Ik ben wel spiritueel, maar Joost was dat niet. Die was heel nuchter. Ik denk dat er nog wel iets van een energie is. Maar hij zei dan "Dan is het wel heel erg druk op aarde met al die dooie zielen."  Maar uiteindelijk gaf het misschien toch ook troost. Die maan. Dat helpt. 

Ik vind dit dus echt een geweldig project. Wat een mooie intieme eerlijke verhalen. Ik voel dat ze me raken, in die zin dat ik me kan voorstellen dat ik ook iets met dit onderwerp doe. Dat ik deze verhalen noteer en dat iemand anders er dan een visuele vorm bij bedenkt.

"De dood verwondt, maar tilt ons tegelijkertijd ook op naar een hoger begrip van onszelf."

Rainer Rilke

De Nieuwe Ooster

Natuurlijk loop ik ook nog over de mooie begraafplaats. 

De Nieuwe Oosterbegraafplaats werd geopend op 1 mei 1894 in Watergraafsmeer, Amsterdam, en verving de in 1866 aangelegde Oude Oosterbegraafplaats bij Muiderpoort. Vanwege de uitbreiding met een crematorium in 1994 wordt hij tegenwoordig De Nieuwe Ooster genoemd. De begraafplaats heeft een oppervlakte van 33 hectare en is ontworpen door Leonard Anthony Springer. Op de begraafplaats liggen meerdere bekende Nederlanders begraven, waaronder veel kunstenaars. 

Van tevoren heb ik een lijst gemaakt met grafnummers van die bekende Nederlanders. Ook staat er een oud-collega tussen en twee voorouders. Hun graven zijn al een tijd geruimd, maar ik wil zien waar ze hebben gelegen en wie hun plek hebben ingenomen. Maar na vijf grafvakken geef ik het op. Ik sta dan wel bij het juiste vak, maar bij de graven staan geen nummers en ik ben te moe om alle paden langs te gaan om te zoeken. En wat maakt het ook eigenlijk uit. Dan sta je bij het verwaarloosde graf van een bekend iemand, en dan weet je dan de overblijfselen van die persoon daar liggen. Ik merk dat ik juist het verhaal van de andere mensen interessant vind. Het verhaal achter de tekst op de steen. En het begint weer even te prikkelen. Een website maken met foto's en verhalen van de overledenen op een begraafplaats, in samenwerking met de nabestaanden. Zodat ze niet vergeten worden. Zodat ze hebben bestaan. 

Ik hou van bijzondere teksten op grafstenen. In plaats van de gebruikelijke voor- en achternaam, data en soms een beroep. Of juist alleen een voornaam. Dat zou ik ook willen, voor mij dekt mijn voornaam de lading. Sommige teksten geven een kijkje in iemands leven, of maken nieuwsgierig. 

Het beeld Horen, zien en zwijgen bij een graf is voor mij een voorbeeld van het opwekken van nieuwsgierigheid. Welk verhaal zit hier achter?

In het buitenland, zoals in Italië, vind je veel beelden bij graven. Prachtig. Naast een beeld van de overledene zelf, zie je vooral rouwende vrouwen of hele gezinnen. Op mijn graf graag een beeld van een woest aantrekkelijke man, lang met donkere krullen. 

Bij toeval kom ik toch nog wat bekende Nederlanders tegen. Maar het graf van mijn oud-collega vind ik niet, ook al stond ik eerder voor zijn steen. Ook de plek van mijn voorouders kan ik niet vinden, ook al ben ik dichtbij. Volgende keer beter voorbereiden. 

Het liefst zag ik bij de oud-burgemeester een wat aangekleder graf. Maar niet iedereen heeft behoefte aan zo'n plek. Of kiest juist bewust voor eenvoud. Het lijkt me voor de nabestaanden ook ingewikkeld, dat bezoekers over je schouder meekijken hoe je rouwt, hoe je je gemis vorm geeft. En daar een oordeel over heeft. 

Zulke stenen ontroeren me altijd. Ook al vind ik er ook wat van dat je als het ware in je functie wordt herdacht, en niet met je eigen naam, je eigen identiteit. Zo las ik ooit een steen op een begraafplaats in Bilthoven met de tekst Grootmoeder en Freddy. Freddy krijgt zijn naam, Grootmoeder haar functie. En toch spreekt er zoveel liefde uit. Al het overbodige valt weg. Alleen dat wat ze voor de achterblijvers waren, telt.


Informatie op deze pagina komt van:
* de informatieborden in museum Tot Zover
* Museum Tot Zover
* Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover - Wikipedia
* De Nieuwe Ooster - Wikipedia
* De Nieuwe Ooster